Teun en Annette

en hun doldwaze belevenissen

Category: zuid-amerika

Brasil, lalalalalalalalaaaa!

Aangekomen in Puerto Iguazu (Argentinie) kunnen we niet wachten om naar de watervallen te gaan. Ons hotel ligt echter in Foz do Iguacu (Brazilie). Op zich een stukje planning waar vakkundig over is nagedacht, doch eerdere ervaringen bij grensovergangen zorgen ervoor dat we ditmaal graag wat meer geld betalen aan de taxichauffeur die ons belooft met 150km/u de Argentijnse en Braziliaanse grensovergang over te brengen. En zo gezegd zo gedaan, in een razend tempo komen we bij ons hotel aan. Het is warm, we lunchen en slaan snel een bescheiden voorraad water in, waarna we met de bus naar de Cataratas do Iguacu gaan. Vanaf de Braziliaanse kant heb je een groots uitzicht op de watervallen. We maken een wandeling waarbij we langzaam afdalen naar beneden en kunnen daar via verschillende platforms “over” de rivier lopen. We worden zeiknat, maar dat draagt alleen maar bij aan onze pret!

De volgende dag gaan we de Argentijnse kant van de watervallen bekijken. Dit deel van het park is veel groter, of in ieder geval, als toerist kun je in een groter deel van het park komen. Tot onze grote hilariteit komen we een oude bekende uit Uyuni tegen. We maken verschillende wandelingen door het park en vallen van de ene aaaaah en ooooohh, in de andere. Supermooi, (we blijken dus niet alleen van bevroren water te houden (zie Perito Moreno) ;)) en kunnen er geen genoeg van krijgen. Tegen sluitingstijd verlaten we het park. ‘s Avonds eten we in de beste rodizio van de stad, een voor een komen er mannen met staken vlees langs waar ze stukjes voor ons van af snijden. Heerlijk!

De volgende dag vliegen we naar Rio de Janeiro (uitspraak in het kort ‘Hiiioooo’). Ons hotel ligt in de wijk Copacabana, vlak aan het strand en vlak bij de (nog) hippere wijk Ipanema. Rio is duuur! Maar onze lol niet minder, zeker niet na een paar Caipirinha´s. Wat een stad! Uiteraard bezoeken we de Crristo Redentor, het grote Christusbeeld vanwaar we van het schitterende uitzicht over de stad genieten. Wandelen langs de stranden, bezoeken de botanische tuinen, eten heerlijk en dobberen in het zwembad.

Na drie nachten Rio is het weer tijd voor wat anders, we huren een auto en rijden het binnenland in, naar de staat Minas Gerais en haar hoofdstad Belo Horizonte. De Brazilianen rijden als gekken! We dachten wat Zuid Amerikaanse rijervaring opgedaan te hebben in Argentinie, maar dit is totaal anders.. De tango is tenslotte ook niet vergelijkbaar met de samba :s. Als we de eerste avond bij onze pousada aankomen zijn we blij deze rit overleefd te hebben. De volgende dagen rijden we iedere paar dagen naar een andere pousada als uitvalsbasis en verkennen we met ons autootje de omgeving. Helaas is het weer een aantal dagen nogal regenachtig wat het rijden af en toe nog gevaarlijker maakt, laat staan parkeren op een helling waar het water afsuist als een kolkende rivier. We komen in de koloniale stadjes Tiradentes, Congonhas, Ouro Preto en Mariana. De een nog mooier dan de ander, de een nog rijker dan de ander, de een nog meer kerken dan de ander. En in de een nog meer sterrenrestaurants dan de ander. Tiradentes heeft er maar liefst 5! En dat voor een stadje met minder dan 10.000 inwoners. Uiteraard testen we er eentje, heerlijk gegeten, en vooral het dessert ‘kaasijs met caramelfudge en flinters parmezaan’ laten we ons verrassend goed smaken. Niet alleen de stadjes zijn kleurrijk, ook hun verleden. In het ene stadje werden de bedenkers van de onafhankelijkheid van Portugal opgepakt, in de andere onthoofd en gevierendeeld en in weer een ander werd het hoofd dan weer tentoongesteld. En dan hebben we het nog niet over de slavernij gehad. Hier kon je een slaaf ruilen voor een kip (en kreeg je geld toe, euhh, voor je kip natuurlijk) en daar was een plantage of een mijn waar slaven hadden gewerkt. We bezoeken een goudmijn en een topaasmijn. Een indrukwekkende manier om wat “cultuur” aan je reis toe te voegen (voorzover we niet al genoeg cultuur geconsumeerd hebben). Gelukkig houdt de aanwezigheid van Carnaval en alles wat daarbij hoort de boel lekker luchtig!

Na een week autorijden is het tijd om naar Belo Horizonte te rijden, het autootje in te leveren en naar Sao Paulo te vliegen. Een grote stad met maar liefst 19 miljoen inwoners, vanuit het hoogste gebouw van de stad ‘Edificio Italia’ hebben we een schitterend uitzicht, het is helder zonnig weer vandaag en de skyline is zo ver als we kunnen kijken gevuld met wolkenkrabbers en nog meer wolkenkrabbers. We lunchen heerlijk uitgebreid in de zon en genieten er nog even flink van. Morgen om deze tijd vertrekt onze vlucht terug naar huis en zit onze geweldige reis er weer op..

Due South

Donderdag 17 februari, vrijdag 18 februari, zaterdag 19 februari, zondag 20 februari, maandag 21 februari

Torres del Paine –> Ushuaia

Vanuit Puerto Natales rijden we in een paar uurtjes naar het Torres del Paine NP. Bij de ingang worden we opgehaald door een minibusje dat ons naar onze refugio gaat brengen. Daar aangekomen beginnen we meteen met een leuke wandeling. De meest indrukwekkende wandeling maken we op de tweede dag; het is, in tegenstelling tot onze verwachtingen, erg warm hier in Zuid-Chili, dus we zorgen ervoor dat we voldoende water bij ons hebben. Want, hoewel de Chilenen allemaal een orde- en schoonmaakfetisj lijken te hebben, gaat het drinken van water uit meren en riviertjes ons, en onze door Boliviaanse bacterien geteisterde magen, net iets te ver. De klim naar de mirador (uitzichtpunt) die we willen bezoeken belooft 5 uur te gaan duren. Ondanks de straffe wind die van alle kanten tegelijkertijd lijkt te komen, zijn we al vrij snel bij het Campamento waar we gepland hadden te pauzeren. Pas vlak voor het eindpunt moeten we even gas terugnemen omdat we steil omhoog gaan over een pad dat we eigenlijk geen pad zouden willen noemen, stenen, gruis, losliggende grote keien, we beklimmen het bovenste rotsachtige stuk van een berg. Boven aangekomen is het uitzicht op de Torres del Paine adembenemend. We zoeken een vlakke kei uit waar we languit op gaan liggen om van het uitzicht te genieten. We nemen wat foto´s en vervolgen dezelfde weg terug naar onze refugio.

Na de volgende dag nog wat rondgewandeld te hebben, nemen we de bus terug naar Puerto Natales, waarvandaan de volgende dag de bus naar Punta Arenas vertrekt. Punta Arenas is eigenlijk de meest zuidelijk gelegen fatsoenlijke stad in Chili, zo’n 48 uur rijden vanaf de hoofdstad Santiago, dat ongeveer in het midden van Chili ligt. Overal een takkeneind vandaan dus, maar we vermaken er ons best, ondanks het feit dat op zondag alles, maar dan ook alles, hier gesloten is.

Vanuit hier vertrekken we verder naar het zuiden, namelijk naar de meest zuidelijke stad ter wereld: Ushuaia, dat weer in Argentinie ligt. Als je denkt dat dat niet zo heel ver is, omdat we in Punta Arenas al bijna van de aardkloot afvallen en het land er hier uitziet als door God en iedereen verlaten (of is er misschien nooit iemand geweest?) dan heb je het mis, we rijden nog zo’n 12 uur, inclusief grenspassage, waar Teun nog een mooie stempel op de pagina ‘kinderen’ in z’n paspoort krijgt, voordat we in Ushuaia aankomen.

Dinsdag 22 februari, woensdag 23 februari, donderdag 24 februari

Ushuaia – de naam klinkt niet echt als de rest van Argentinie en dat is omdat er hier op Vuurland honderdvijftig jaar geleden nog gewoon een gezonde hoeveelheid inheemse bevolking leefde. Zo langzamerhand kunnen we voorspellen hoe dat gegaan is: er kwamen witte mensen die het land koloniseerden en de inheemse bevolking ging ten onder aan slavernij en/of nieuwe ziektes. Ja hoor! Ook hier was dat het geval, maar de naam Ushuaia is toch blijven hangen. De meest zuidelijke stad ter wereld dus. Behalve het bordje ‘fin del mundo’ is het hier ook een handige opstapplaats voor mensen die vanaf hier de Zuidpool met een bezoekje gaan vereren (want, zuidelijkste stad ter wereld). Ten slotte ligt het ‘gewoon’ aan de rand van een nationaal park dus voldoende mooie natuur in de buurt. De toeristen in Ushuaia zijn ook hier weer een internationaal en gemeleerd gezelschap, maar de lokale middenstand heeft goed in de gaten dat Engels spreken hier handig is en dat doen ze dus ook. Ook treffen we een paar posters aan die de lokale bevolking er op wijzen dat ze aardig moeten zijn tegen toeristen. Leuk!

De activiteiten die we hier doen (behalve op de foto gaan met het bordje ‘La Quiaca 439537 km’) zijn naar het National Park gaan en een boottochtje over het Beagle kanaal. Het National Park is een interessant verhaal; Ushuaia was honderd jaar geleden een strafkolonie, waar de gedetineerden een soort vrijwillige slavenarbeid deden. Ze konden in de gevangenis blijven rotten, maar ook, als ze braaf waren, erop uit, de wildernis in, om daar grondstoffen te mijnen en een spoorweg aan te leggen, dit alles natuurlijk onder supervisie van boos kijkende bewakers met geweren. (Ontsnappen was mogelijk, maar zinloos en dus vaak van korte termijn.)

Het Beagle kanaal heet zo omdat Darwin er met zijn Beagle doorheen vaarde en hier het een en ander heeft opgepikt om zijn evolutietheorie verder vorm te geven. En ja, ook hier zien we interessante vogel- en zeeleeuwachtigen.

Dan de vlucht naar Buenos Aires. BA voelt een beetje als thuiskomen. Als we op het vliegveld landen voelen we een zweem van herkenning, maar het is toch echt alweer drie weken geleden dat we er de vorige keer waren. We krijgen een betere kamer in hetzelfde hotel en ‘s avonds gaan we naar San Telmo, een beetje de Pijp van BA met leuke terrasjes en alleen lokalio’s, waar we het restaurant bezoeken wat volgens Tripadvisor op dat moment het beste van de stad is. Het stelt niet teleur!

De volgende dag lopen we opnieuw door San Telmo, ook bij dag is het een mooi stukje stad, voordat we afreizen naar de busterminal voor onze laatste grote nachtbusreis. In onze naiviteit willen we een uur voor vertrek van de bus een taxi nemen – maar daar zitten de taxichauffeurs niet op te wachten. Het is blijkbaar spitsuur! Gelukkig rijdt er een niet extreem volle metro en komen we ruim op tijd aan op Retiro station. In de bus blijken we de beste plekken te hebben – bovenin en helemaal voorin, zonder mensen voor ons, met vol zicht op de weg en land voor ons. De reis naar Puerto Iguazu gaat 16 uur duren maar met de goede bediening + eten houden we het prima vol. 🙂 Brazilie here we come!

Buenos Aires en ´de rest van Argentinie´

Woensdag 9 februari, donderdag 10, vrijdag 11, zaterdag 12

We vliegen in twee uurtjes naar de hoofdstad Buenos Aires, wat zowaar nog warmer blijkt te zijn dan Salta. We komen aan op Aeroparque, het kleine vliegveld van BA waar de binnenlandse vluchten landen. Het is er spitsuur als we landen, wat betekent dat het nogal lang duurt voor de bagage van de band af rolt en dat het vervolgens een goed uurtje wachten is op een taxi de stad in. De imposante, gigantische stad raast aan ons voorbij en we klappen op bed in ons hotel dat aan de Avenida de Mayo ligt, op steenworp afstand van de Avenida 9 de Julio, volgens sommige tellingen de breedste straat ter wereld. We hebben met een paar mensen die we op onze Salartour ontmoetten een nogal onduidelijke afspraak om samen te gaan eten in La Cabrera. We zijn erg moe en weten niet of er daadwerkelijk mensen gaan komen, maar besluiten toch te gaan, de verhalen over het restaurant (van een echte Porteño) zijn namelijk onweerstaanbaar. Zo blijkt het ook te gaan. Bij aankomst straat er een enorme groep mensen buiten te wachten om naar binnen te mogen – niemand die wij kennen. Het is inmiddels 21 uur en we besluiten om ons op de lijst te laten zetten. Niet veel later wordt het eerste glas champagne in onze handen gedrukt, wat het wachten enorm veraangenaamt, tot ons tafeltje om 23:00 uur vrijkomt. We doen onze bestelling en vervolgens verschijnt er zeker een halve kilo vlees per persoon op tafel, voorzien van allemaal garnituren waar je alleen van kunt dromen. Verrukkelijk!

De dagen in Buenos Aires vullen zich, naast met het goede eten, met wandelingen door de stad, door de verschillende wijken, drankjes op terrasjes, een museumbezoek, het Plaza de Mayo en een bezoek aan het wellnesscenter van ons hotel. (Vraag ons hier later eens over voor wat hilariteit.) Ook besluiten we een dagje Uruguay aan te doen, met de boot ben je in een uurtje aan de overkant van de Rio de la Plata. Goed voor nieuwe stempels in ons paspoort en een adempauze in de hectiek van de grote stad.

Zondag 13 februari

Onze tocht naar het zuiden begint! Patagonie, here we come! We vliegen naar El Calafate, een plaatje in de uitgestrekte middle of nowhere, dat leeft bij de gratie van toeristen die de Perito Moreno gletsjer bezoeken. Niettemin verblijven we er in een fijn hotel aan het Lago Argentino. Hier blijken ook zowaar supergoede restaurants te vinden, daarnaast is een belangrijk kenmerk de voormalige landingsbaan die zich in de nieuwbouwwijk van het dorp bevindt, en tegenwoordig dienst doet als baan om te testen hoe hard je auto kan rijden. Ons hotel is ver van het centrum en de route gaat over deze landingsbaan; de taxichauffeurs maken er dan ook dankbaar gebruik van.

Maandag 14 februari

s Ochtends lijkt het eerst nog prutweer als we opstaan. We stappen met een twintigtal andere mensen in een forse bus. We gaan richting het Parque Nacional Los Glaciares… gletsjers kijken dus. Of eigenlijk eeentje: de Perito Moreno. De ijsformaties die we onderweg zien drijven, maken al veel goed. Wanneer we de Perito Moreno bereiken, stopt het met regenen en later op de dag breekt zelfs de zon door! Wat een machtig gezicht: een enorme ijsmassa varierend in de kleuren sneeuwwit tot helblauw. Dit kun je niet met woorden omschrijven, maar moet je eigenlijk zelf een keer gaan zien. De gletsjer is niet alleen een feestje voor onze ogen, maar zeker ook voor onze oren: het krakende ijs dat zich langzamerhand voortbeweegt en waar als gevolg daarvan zo af en toe een brokje danwel een enorme ijsschots vanaf breekt en met een ruisend geluid meters naar beneden valt, het water raakt met een knal door de waterspiegel breekt en vervolgens weer boven komt drijven, dat geluid kun je amper omschrijven en dat moet je echt zelf een keer gaan horen.

Dinsdag 15 februari

We waren gisteren zo onder de indruk dat we vandaag besluiten om ook de andere gletsjers in de buurt met een bezoekje te gaan vereren, met een boot welteverstaan. Niet geheel ongevaarlijk, als je bedenkt dat je onderweg nogal wat ijsschotsen tegenkomt en dat slechts 15% van de ijsschots zich boven het wateroppervlak bevindt. Ook dit keer zijn de gletsjers prachtig!

s Avonds eten we in de derde vestiging van Casimiro Bigua. Dit moeten we even uitleggen want we houden natuurlijk niet van twee keer op dezelfde plek eten, en dat doen we nu ook niet. Op de eerste avond in Calafate hebben we gegeten bij een ´fine dining´ restaurant genaamt CB. We hadden daar het menu degustacion genomen, vijf gangen met vijf verschillende wijnen. Dit was zo goed gemaakt en geserveerd dat we besloten om de volgende dag naar hun tweede restaurant te gaan; een Italiaan. Ook daar een heerlijk stukje pizza gegeten. Nu de derde dag gaan we naar hun laatste restaurant, het vleeshuis, waar de koeien en schapen boven het vuur uitgespannen staan. Een heerlijk stuk vlees en we kletsen met de mensen naast ons, een Brits stel van 60 dat in Nederland heeft gewoond.

Sowieso zijn de mensen die we hier tegenkomen van een compleet ander kaliber dan de mensen die we in Peru en Bolivia tegenkwamen. Dat waren voornamelijk jonge mensen, twintigers die op een lange reis zijn; die mensen zijn hier op een hand te tellen. Dit is het gebied waar oude mensen een paar weken naartoe komen om van de natuur te genieten. Dat maakt de sfeer hier anders. Als natuurliefhebbers voelen we ons in ieder geval ook hier goed op onze plaats!

Woensdag 16 februari

Vandaag op weg naar Chili! Het land waar we het kortste verblijf gaan hebben, of liever het kortste verblijf dat ook een overnachting behelst. Voor mijn gevoel is Chili eigenlijk onderdeel van Argentinie. Het is een lange slurf land dat best de westkust van Argentinie zou kunnen zijn. Ze delen ook Patagonie, Tierra del Fuego en goede wijn dus ik ben zeer benieuwd wat er eigenlijk anders is. We nemen afscheid van ons hotel met schitterend uitzicht op het Lago Argentino en reizen naar de busterminal, vanwaar stipt om half negen onze bus vertrekt. Rond twaalven zien we dan de grens! Zoals de hele grens tussen Argentinie en Chili (per definitie, echt: http://en.wikipedia.org/wiki/Boundary_treaty_of_1881_between_Chile_and_Argentina#Treaty ) ligt ook deze in een bergpas met aan weerszijden een grensovergang. Ook in dit Argentijnse grenshuisje zijn maar twee mensen aan het werk. Het duurt dus een uurtje voordat de hele bus volgestempeld is. We maken ons hart vast, want Chili staat bekend om ferme controles. We zien hier ook meteen een bord waar nog een keer staat dat je boetes krijgt als je fruit probeert mee te nemen. Van eerdere reisgenoot Ross haden we al gehoord dat ze dit ook echt doen, braaf hebben we dus al ons eten en drinken achtergelaten. De grensovergang gaat echter verrassend soepel. Ja, onze bagage gaat door een scanner, maar al met al gaat dit niet langzamer dan anders. Het zal wel alleen bij de noordelijke grenzen moeilijk zijn! Daarna komen we vrij snel aan in Puerto Natales, een havenstadje, en verblijven in een klein familiehotelletje. We lunchen in een echte gringo hangout en lopen door het compacte stadje, doen wat boodschappen voor de volgende dagen, eten s avonds bij het beste restaurant van de stad ceviche, struisvogel en centollasalade, en gaan dan lekker naar bed!

Eindelijk, Argentina!

Woensdag 2 februari

Na het ontbijt verschranst te hebben (ons avondmaal gisteren bestond dor de enorme vertraging uit niet veel meer dan Pringles) verkassen we naar ons eigenlijke hotel. We verkennen Salta, internetten wat en strijken neer op een terrasje. Heerlijk vooruitzicht dat we de komende dagen geen strak programma hebben. Helaas lijkt Teun nog altijd last te hebben van het slechte Boliviaanse voedsel en moeten we die middag op zoek naar een dokter/ziekenhuis. Het ziekenhuis waar de eerste dokter ons naar toe stuurt valt niet echt in de smaak (omdat het eruit ziet als een Sovjet lanceerinrichting) en dus besluiten we voor een “second opinion” naar een tweede dokter te gaan die wonderwel Engels spreekt, z´n CV heeft afgedrukt op het briefpapier, in Frankrijk heeft gepraktiseerd, diploma aan de muur en foto van het gezin op het bureau scheppen vertrouwen en Teun slikt de komende dagen braaf een voorgeschreven antibioticummetje. Na een diner met veel vlees en wijn (of paste dit nou niet in Teuns dieet?) vallen we voldaan in slaap.

Donderdag 3 februari en vrijdag 4 februari

Na de medical tour van gisteren is het nu tijd voor de echte toeristen city tour. Gelukkig is Salta lekker klein en goed te navigeren. De dagen lopen wat door elkaar; we genieten van deze provinciale oase en de rust na een paar weken lang van het ene naar het volgende hoogtepunt te sjezen. De dagen bestaan uit ontbijten, slenteren, terrasje, slenteren, lunchen, slenteren, dineren, af en toe wat internetten en een al dan niet geslaagde poging om naar huis te bellen. We eten vlees, veel vlees. In Argentinie serveren ze niet echt groente bij het vlees en moet je dit apart bestellen. Op de verjaardag van Annettes oma eten we een lekker taartje aan het stadsplein om dit te vieren. Teun kijkt nerveus naar het voortrazende verkeer en beseft dat hij zich hier binnenkort in moet mengen. We zijn heerlijk uitgerust.

Intermezzo: Reizigers

Het moet gezegd worden: reizigers zijn een raar slag mensen. Allemaal. Zo na een tijdje rondreizen merk je dat er een paar verschillende soorten reizigers zijn. Ze mengen niet vaak en als dat gebeurt, vinden ze het maar niks; ziet u, het grappige aan de soorten reizigers is dat ze allemaal neerkijken op elkaar, want hun soort reizen is de enige echte. Een kort overzicht.

* Hippies. Te herkennen aan: kleurige stoffen kleding, op zoek naar goedkoop hostel met al hun bagage, muziekinstrument (liefst gitaar, maar alles wat herrie maakt is goed) en natuurlijk de onvermijdelijke en ongewassen dreadlocks. Vaak Israelisch, Argentijns of Braziliaans, maar iedereen kan zich hippie genoeg voelen voor een bloemetjesrok! Dieet: crackers (als avondeten) en het menu del dia (lunch, als er geld over is).
* Backpackers. Te herkennen aan: backpack. Maar ook: lamatrui, wandelstok, t-shirt ´I survived the worlds most dangerous road’ en, vreemd genoeg, ook overdag een pyjamabroek. Zoeken elkaar actief op in speciaal daarvoor aangelegde reservaten, waar geweldige dingen om hier te doen worden uitgewisseld, niet-lokale gerechten worden gegeten en geklaagd dat alles zo duur is (jawel, ook in Bolivia). Motto: alles zien, maar wel zo goedkoop mogelijk.
– Ons Soort Mensen. Te herkennen aan: privechauffeur, leeftijdsverschil, outfit van The North Face / Lowe / Columbia, shampoo. Zoekt in elke stad het duurste restaurant op, omddat je ´daar gegeten moet hebben´. Betalen graag de extra toeslag voor een tweepersoonskamer met douche tijdens de Inca Trail. Alles vantevoren geboekt, want niet al te lang op reis, het werk wacht weer!

Zaterdag 5 februari

Vanochtend vroeg op ontbijten en daarna de auto opgehaald om naar onze volgende uitvalsbasis, Purmamarca, te rijden. De summiere routebeschrijving, matige bewegwijzering en heel misschien in de laatste plaats Annettes kaartleeskwaliteiten zorgen ervoor dat we moeite hebben om de weg te vinden. Eenmaal de juiste weg gevonden, worden we halverwege de stoffige, desolate, grintgruizende smalle weg (en na ongeveer 2 uur rijden) staande gehouden bij de politiepost van het “dorp” Ing. Maury. De dienstdoende agenten melden ons dat de weg verder onbegaanbaar is vanwege overstromingen. We moeten rechtsomkeert maken en rijden terug naar Salta, waarvandaan we het opnieuw proberen via de enige andere weg naar het Noorden. Ook dit blijkt toch een uitdaging te zijn , maar na een weg met 2753 bochten langs een pittige afgrond, komen we aan het einde van de middag dan toch aan in Purmamarca. Een hippiedorp in een schitterende omgeving!

Zondag 6 februari

Purmamarca bevindt zich in een vallei, toevallig ook een weg naar Chili, waar je uitzicht hebt op bergen en heuvels die, door een mooi samenspel van verschillende lagen mineralen, bijna als een regenboog zoveel kleuren hebben. Je kunt er niks doen behalve van het uitzicht geniegen en misschien wat wandelen. We zitten in een heerlijk hotelletje, ons meest luxueuze tot nu toe, en vandaag maken we een ´kort´ritje naar het noorden, de vallei van Humahuaca in. We zien onderweg een monument dat ons vertelt dat we de Steenbokskeerkring passeren (joechei!) en een pittoresk gekleurd begraafplaatsje. Humahuaca zelf is een dorpje met een bewandelbaar centrum en een plein met een mooi monument dat een paar meter hoger ligt, de bevrijders van Argentinie eert en mooi uitzicht biedt op de vallei. Ook bezoeken we nog een oude ruine van een pre-Inca stadje en `s avonds eten we weer in het enige fatsoenlijke restaurant van het dorp.

Maandag 7 februari

De weg die, toen we naar Purmamarca toe reden, “halverwege” bleek te zijn afgesloten, willen we vandaag proberen te nemen om terug naar Salta te gaan. Het belooft een lange rit te worden door een leeg landschap, we zorgen dat de tank vol zit en we voldoende water bij ons hebben. We genieten van het uitzicht, nemen eerst nog een hoge pas van bijna 5000m waarna we een stop maken bij prachtige zoutvlaktes. Vanaf daar stopt de weg. Oh nee – hij gaat onverhard door. Dit is de Ruta 40, de langste weg ter wereld die zelfs de Route 66 verdubbelt. Het is een weg die van het uiterste noorden (hier) naar de zuidelijke grens met Chili gaat en doet daar ongeveer 5200km over. Het is ook een weg die niet echt helemaal geplaveid is… we rijden over een kleivlakte, opspattend grind, zand waarvan je je afvraagt of het nog wel de weg is en is op zo veel plekken overstroomd dat we bang worden dat we om moeten gaan keren. Na een paar uur in de schitterende leegte te hebben gereden komen we aan in San Antonio de los Cobres, een lange naam voor zo´n klein dorpje. We eten wat bij ´het´ restaurant, gooien ´voor de zekerheid´ de tank nog een keer vol en vervolgen de route richting het eerder genoemde Ing. Maury, alwaar we opnieuw gestopt worden… Verschrikt kijken we elkaar aan. ´s Ochtends hadden we iemand van het hotel laten bellen met de verkeerspolitie en de weg zou goed moeten zijn, maar dat zei een agente ons eergisteren (toen niets minder waar bleek te zijn) ook. Omkeren zou nu 9 uur omrijden zijn en het was inmiddeld 5 uur ´s middags, we zijn op twee uur van onze eindbestemming. We maken kennelijk indruk met onze vriendelijke glimlach en blonde lokken en het inmiddels bijna vloeiend Spaans dat we spreken – want met de waarschuwing dat we heeeeeel voorzichtig moeten rijden laten de agenten ons gelukkig gaan. Gelukkig, zo blijkt, want het had ook anders kunnen zijn. We begrijpen waarom, als we even later een personenauto vast zien zitten in een stuk overstroomd grindpad – waar wij ook langs moeten. Teun neemt even polshoogte en Annette flirt uit voorzorg met de chauffeur van de vrachtwagen die achter ons is gestopt. Aan de andere kant van het water besluit een auto maar weer om te keren (twee uur, mensen, twee uur!) Als we achter hem aanrijden komt het volgens hem wel goed, en zo niet, dan belooft hij ons karretje (een two-wheel-drive Volkswagen Gol) uit de “rivier” te slepen. We nemen een flinke aanloop, en Teuns rijkunsten maken dat dit helemaal niet nodig is. Bravo! Onder luid applaus van de omstanders vervolgen we onze rit, en s avonds trakteren we ons op een lekker stukje vlees en ravioli.

Dinsdag 8 februari

We missen de hoogte. Salta ligt op slechts 1150 meter hoogte. Daarom staat voor vandaag op het programma om de heuvel, die Salta flankeert, te bestijgen. Wel eerst lunchen natuurlijk, we nemen het menu del dia in een lokalio-hangout. Daarna lopen we door naar het parkje waar onze kabelbaan naar boven verstrekt! Zwitserse kwaliteit, zo valt op de machine te lezen, dus we durven best in te stappen. We verbazen ons nog even over de grootte van deze provinciehoofdstad met een miljoen inwoners. We hebben niet genoeg geld voor de tocht naar beneden, dus we kopen een zoet ijsje en lopen zelf naar beneden. s Avonds eten we ergens dat gisteren dicht was en waar wij ons flink op verheugden: de beste plek om in Salta vlees te eten, in casu een dubbele portie bife de lomo. YUM!

Zout zout zout

Na een lange busrit komen we ´s ochtends in Uyuni aan. Het stadje ligt ver weg van alles, midden in een dor en zanderig landschap als gevolg waarvan de rastervormige straten zich in een laag stof hullen. We lopen naar ons hotel dat volgens ons handboek het enige stylisch verantwoorde hotel in heel Uyuni is. Dat klopt aardig, voor het eerst sinds de aankomst in de jungle weer een fijne (niet klamme) kamer met gordijnen een lekker tweepersoonsbed en een warme douche. Wat zouden we ons nog meer willen wensen? Uhm, gezondheid! De beroerde maaltijden van de jungletour blijven hun tol eisen. Want ook hier besluit Annette weer de nodige reeds genuttigde maaltijden te offeren, mikken is niet haar sterkste punt, haar witte schoenen blijven op een of andere manier een onverminderd populaire offerplaats. Wanneer ze zelfs water niet meer binnen kan houden besluiten we dat het tijd wordt om actie te ondernemen. Helaas, het is zaterdagavond en er is geen ziekenhuis te vinden. Dan maar zelf aan de slag met de voorraad uit Nederland meegebrachte antibiotica. Dit blijkt wonderwel te werken en we kunnen toch mee op een tour naar de Salar de Uyuni, een inmens grote zoutvlakte waar een door de regen een laagje water op ligt die werkt als een spiegel wat (letterlijk en figuurlijk) schitterende vergezichten opleverd. Wauw! Hierna rijden we door naar het plaatselijke treinkerkhof, en vervolgens begint onze tocht richting de meest zuidwestelijk gelegen punt van Bolivia. We rijden met een 4×4 door schitterende landschappen die nog het meest doen denken aan hoe de maan er uit moet zien. We komen langs allerlei lagunes in verschillende contrasterende kleuren, geel, groen, rood, zien veel flamingo´s, vulkanen, geisers. Te veel om op te noemen! De foto´s zeggen genoeg.

Na terugkomst in Uyuni nemen we ´s avonds de nachttrein naar Villazon, aan de Argentijnse grens. Het kopen van het kaartje voor deze trein was al een avontuur op zich; het loket is slechts een paar uur per dag geopend, na een nummertje ontvangen te hebben werden we binnengelaten in een ruimte die aandeed als een kerk en vervolgens werden de kaartjes verkocht op volgorde van gekregen nummer. Dachten we. De Bolivianen waren het hier niet geheel mee eens en meenden gerust af en toe voor te kunnen dringen, wat natuurlijk hilarische taferelen opleverde. Gelukkig waren we nog optijd aan de beurt en hebben we met de nodige formaliteiten een kaartje kunnen bemachtigen. In de trein redelijk kunnen slapen en de volgende ochtend na het ontbijt (jawel er werd ontbijt geserveerd in de trein) om 7.30u uitgestapt in Villazon. Vandaar een taxi genomen naar de daadwerkelijke grens, onze laatste Bolivianos gewisseld en in de rij gaan staan om het land uit te mogen. Dat duurde zeker anderhalf uur, waarna we achteraan in de rij konden gaan staan voor de Argentijnse immigratie. Nadat we 2,5 uur in de brandende zon op een brug in niemandsland hadden gestaan en bijna de hoop verloren te hebben Argentinie nog in te komen voor de lunch, kwam een douanebeambte alle paspoorten verzamelen van mensen met blonde haren en blauwe ogen. Teun kon gelukkig meevaren op Annettes arische uiterlijk en nadat alle stempels gezet waren werden de paspoorten uitgedeeld door een meneer die netjes de namen voorlas die in het paspoort stonden. Teun was als laatste aan de beurt, want die achternaam, dat snappen ze hier niet.

Toen dachten we alle formaliteiten gehad te hebben en hebben we een buskaartje naar Salta gekocht en hadden nog mooi wat tijd om te lunchen. Bij de busterminal teruggekeerd bleek een hele Boliviaanse familie (oma en haar twaalfkoppige gevolg) middels onze bus hun emigratie naar Argentinie te bewerkstelligen. Het inladen van hun spullen (dekens en vieze stinkende kleren) leverde een half uur vertraging op. Toen we dachten de nodige vertraging voor die dag achter de rug te hebben werd de bus stilgezet voor een blokkade van “boze jonge mensen die het ergens niet mee eens waren”. En ja hoor, als klap op de vuurpijl nog geen half uur later werd de bus weer stilgehouden door de Argentijnse douane, iedereen uitstappen met bagage, ja ook de ruimbagage werd weer uitgeladen en alles zou worden doorzocht. Ook hier zorgde Annettes uiterlijke kenmerken (en haar Nederlandse paspoort) er voor dat ze alleen maar hoefde te lachen naar de douanebeambte en vervolgens zonder ook maar een tas te hebben laten zien (laat staan de inhoud) door mocht lopen. Dit was wel anders voor de fortuinzoekende Boliviaanse familie die ervan verdacht werd drugs verstopt te hebben tussen de door hen meegebrachte spullen. Diverse tassen moesten worden ingeleverd en na de douanebeambte bijna te hebben aangerand lag de mater familias huilend en schuddenbuikend op de grond te jammeren, wat zeker een kwartier lang een schrijnend schouwspel opleverde. Daarnaast leverde het geheel zeker nog een uur vertraging op want maakte dat we pas om half een ´s nachts in Salta aankwamen. Wat waren we blij dat we op de grens nog even snel een hotel hadden gereserveerd!

Rumble in de jungle

Het vliegtuigje van La Paz naar Rurrenabaque was een Fairchild Metro III. Een vliegtuig met ruimte voor 20 passagiers en natuurlijk een open cockpit. De vlucht van LPB naar RBQ duurt 40 minuten; met openbaar vervoer doe je er een goede 20 uur over over een hobbelig draaiweggetje dat door niemand aangeraden wordt, de terugvlucht zit normaal gesproken voller dan de heenvlucht.

Toen we landden op een asfaltbaan midden in de jungle mochten we uitstappen. Geen terminal in zicht; na een tijdje kwam er een busje aanhobelen dat ons naar een klein gebouwtje bracht wat blijkbaar wel de terminal was. We gingen er strak langs en werden opgehaald door een dame die een poging tot Teuns naam aan het schreeuwen was. Later zou zij de lokale baas van Indigena Tours blijken te zijn – onthoud die naam; vermijd deze club als je ooit in Bolivia bent.

Voor wie een leuk verhaal verwacht over onze tijd hier, helaas, dit was (hopelijk) de grootste tegenvaller van onze vakantie. De schitterende locatie in het midden van een natuurreservaat werd geruineerd door de organisatie Indigena die ons een gids meestuurde die de boot regelmatig in een nest dieren plantte en andere ecologisch onverantwoorde dingen deed, die het presteerde om een iPod met speakers aan te zetten tijdens de tocht door het reservaat, en door de zeer gebrekkige kwaliteit van de faciliteiten die de organisatie had. (Dan hebben we het nog niet over het eten.) Natuurlijk is Bolivia een achtergesteld land en niemand verwacht de kwaliteit van Nederland, maar vergeleken met andere tours in de landen waar we geweest zijn inclusief Guatemala en Nepal was dit simpelweg slecht. Een bescheiden klacht is richting Outsight gegaan…

Natuurlijk hebben we zo veel mogelijk geprobeerd te genieten van de omgeving: de pampa’s van Bolivia, we hebben verschillende soorten dieren gezien en hebben genoten van de zon. Toch zaten we af te tellen naar het volgende stuk: Uyuni!

Avonturen (1)

Arequipa en de Colca Canyon

Na de nachtbus uitgeslaapwandeld te zijn regelen we een taxi naar ons hotel waar we de rest van de middag de slaap inhalen die we in de nachtbus gemist hebben. Arequipa is een mooie koloniale stad, waar helaas het boevengilde goed huishoudt volgens onze handboeken. Gelukkig hebben we ze weten te omzeilen. ´s Avonds ter variatie kaasfondue gegeten, yum!

De volgende ochtend is het tijd om naar de Colca Canyon te gaan, een tocht van een paar uur over grote hoogte (lees: 5000 m) brengt ons naar een lodge in Corporaque, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de Canyon. We relaxen in hangmatten (nogmaals: met uitzicht!) en genieten van de geBBQde alpaca die hier voor ons wordt klaargemaakt. In de Colca Canyon (de allerdiepste canyon ter wereld) leven condors die we de volgende dag met een bezoekje vereren. Dat we iets later aankomen dan gepland (we zijn niet hoogteziek maar wel hoogtemoe) is in ons voordeel want vandaag hebben de condors kennelijk ook behoefte gehad om uit te slapen en we spotten er maarliefst 6!!

Na dit avontuur besluiten we te gaan relaxen in de plaatselijke spa, waar we in de brandende zon zwemmen in vulkanisch zwavelwater. Erg gezond, zo wordt beweerd.

Puno en het Titicacameer

Na nog weer een lange rit over grote hoogte (waar Annette besluit haar reeds genuttigde ontbijt te offeren aan de plaatselijke goden Pachamama en Pachatata) komen we aan in Puno. Puno is een leuk maar toeristisch stadje aan het Titicacameer. We hebben duidelijk slaap nodig (offeren kost energie 😉 ) en besluiten van ons oorspronkelijke plan af te wijken en iets meer te relaxen. De keuze valt op een dagtrip over het Titicacameer waarbij we de Uros-eilanden en het eiland Taquile bezoeken. Op de terugweg slaat het weer om en lijken we op een woeste zee te varen in plaats van een meer. We zijn blij dat we het land bereiken.

Cuzco en de Inca Trail

Vanuit Puno gaan we naar Cuzco, een stukje meer in het noorden van Peru, ooit de hoofdstad van het Incarijk. Cuzco is een toeristsiche plaats met veel hippies en authentieke backpackers maar het koloniale stadscentrum wordt hierdoor niet minder mooi. Vanuit Cuzco worden we opgehaald om aan de Incatrail te beginnen. In vier dagen 45 kilometer lopen lijkt niet zo veel, maar als er pieken van 4250 meter tussen  zitten blijkt dit een heel ander verhaal te worden. Gelukkig hebben we mazzel met het weer. Alleen de eerste en de laatste dag een beetje regen (dit heet enorme mazzel in de regentijd!) en op de laatste dag klaart het op tijd weer op om een paar mooie foto´s van Machu Picchu te schieten.

La Paz en Amaszonas

Onze laatste avond in Cuzco wordt ook onze laatste avond in Peru én we hebben de Incatrail gelopen, reden om extra lekker uit eten te gaan, want koken dat kunnen de Peruanen! Vanuit Cuzco vliegen we naar La Paz, de onofficiële hoofdstad van Bolivia. La Paz heeft het hoogste fatsoenlijke vliegveld ter wereld (4km) en als we landen zijn we toch enigszins buiten adem. We zitten in een hotelletje in het toeristencentrum en dat betekent dat we lekker rustig over straat kunnen lopen en de markt kunnen verkennen, waar verkooptoppers als gedroogde lamafoetussen ons vermaken. De volgende dag slapen we uit (wekker 07:45) om in een lekker 16-mans schudvliegtuigje de tocht van La Paz naar Rurrenabaque te maken; een vlucht van 40 minuten. Bij uitstappen verbazen ons over het gigantische verschil tussen het klimaat van La Paz en Rurre. We gaan een paar dagen de jungle in; lekker genieten van het regenseizoen…

Die Peruviaanse keuken is eigenlijk zo gek nog niet

Verrassend: Lima. Van alle hoeken en gaten gewaarschuwd dat dit de saaiste en gevaarlijkste stad op het zuidwestelijk halfrond zou zijn, maar dat viel eigenlijk wel mee. Sterker nog, Lima is prima! Ons hotel was in de upmarket wijk Miraflores (Kijk, bloemetjes!) waar ook een leuke boulevard, honderdduizend hotel/casino´s en een mall naar Amerikaans voorbeeld was. Hoewel we beiden nog nooit aan de westkust van de VS zijn geweest moesten we Lima wel hiermee vergelijken.

Gegeten. Ceviche. Rauwe vis met ui, limoensap en mais. In verschillende vormen. Mensen die ons een beetje kennen weten dat we niet echt van rauwe vis, in wat voor vorm dan ook, houden. Toch geprobeerd (in het duurste restaurant van Peru) en de meningen waren verdeeld. Cuy. Cavia dus. Een lokale delicatesse. Smaakt naar babi pangang. Krab. Vliegtuigvoedsel, aan boord van een bus. Inktvis. Paarse mais, zowel in de vorm van een wrap als gedestilleerd tot een drankje. Lomo saltado, de lokale manier om snel vol te raken. Rijst. Salades. Pasta. Babygeitenvlees. Chips gemaakt van Yuca. Echte quesadilla’s en echte nacho’s met echte guacamole en echte salsa. Kaviaar. IJs gemaakt van Yuca.

Gedronken. Natuurlijk: Pisco sour. Een sloot brandy met opgeklopt eiwit. Maar ook: paarse mais (zie boven). Nu ongeveer 17 koppen cocathee (met zn tweeen). Bier uit Cuzco, origineel genoeg Cuzqueña genaamd. Verse sappen.

Gedaan. Stadscentrum van Lima bekeken, wisseling van de wacht gezien, langs de Pacific geflaneerd, lokale bus gepakt, Spaans gesproken (gaat verrassend goed), veel geslapen, de Islas Ballestas bezocht – een eilandengroepje net in de oceaan waar je op een gemiddelde ochtend anderhalf miljoen vogels – pelikanen, aalscholvers, … –  aantreft, en ook nog een kolonie zeeleeuwen en pinguins, waar je van geluk mag spreken als je geen guano op je krijgt (geen geluk gehad). 

Gedurfd. In een buggy met 90 kmh door de woestijn geracet en onmogelijke bochten over steile hellingen gemaakt. Gillen! Alsof je in een achtbaan zonder baan zit. Gesandboard; op een plankje van de voornoemde steile woestijnduinen van tientallen meters (Annette: Was echt wel 100 meter) afgesjeest (filmpje komt nog).

T-36


View Larger Map

Oma hoort dat we een paar maanden op reis gaan

Haar eerste reactie:

[youtube wWdKDcip4zM]

En dan dringt het door:

[youtube 73OUEU7jq2Q]

© 2020 Teun en Annette

Theme by Anders NorenUp ↑