Teun en Annette

en hun doldwaze belevenissen

Category: pieterpad

Maasrandje

Gennep – Vierlingsbeek

17 september
Deze etappe begon met een bonusetappe. U ziet, Gennep ligt in Limburg. Ver, heel ver van Amsterdam. Om vanuit Amsterdam naar Gennep te komen met het openbaar vervoer bent u in het beste geval 2:22 uur onderweg. Op deze dag hadden wij *niet* het beste geval. De trein tussen Amsterdam en Utrecht reed niet, of ja wel, maar dan via Hilversum of Apeldoorn, dus dat was erg om. De metro vervoerde ons naar het station Holendrecht, waar we over konden stappen op een NS-bus door een olijke chauffeur gerund. Deze buschauffeur maakte er een show van om ons allemaal te vertellen dat hij de weg ook niet wist en deze ochtend pas vanuit Den Helder op was geroepen. Wij passagiers wisten dit echter op zijn kop te zetten door de chauffeur er eerst van te overtuigen station Utrecht Zuilen over te slaan, en ons vervolgens af te laten zetten bij het streekbusstation op Utrecht Centraal (kenners van station Utrecht Centraal weten dat de NS-bussen normaal bij de Jaarbeurs stoppen).
De reis begon hier echter pas. We stapten in de trein naar Nijmegen en die bracht ons, met een overbodige stop op station Wolfheze, uiteindelijk op de plek waar we moesten wezen – nee, niet want de bus naar Gennep liet nog even op zich wachten, en de bus stond ook niet op de bussen want er wordt door zowel Veooolia als BRENG op de lijn gereden en er was niemand om het aan te vragen zucht. Uiteindelijk konden we in een bus stappen en in Gennep weer uitstappen, en drie en een half uur na vertrek uit Amsterdam konden we eindelijk beginnen.
Gennep. Een mooi pleintje in het midden van het dorp. In Limburg noemt men een bos vaak een hei. Dit kan voor verwarring zorgen bij stedelingen als wijzelf. We lopen door dit bos, met veel bomen etc, en dan komen we in natuurparkje ‘het Quin’, een schitterend pittoresk Kodakmomentje waar Schotse hooglanders grazen en we zicht hebben op vennetjes.


Dan lopen we het natuurpark uit, naar Afferden, waar we besluiten om een drankje te drinken bij een dame die drankjes serveert in haar eigen achtertuin. (Een grote uitzondering in deze streek – zie sidebar.) Zoals altijd merk je pas als je stilstaat hoeveel mensen het Pieterpad eigenlijk lopen. Ook hier komt binnen een kwartier de volgende ‘groep’ langs en ook een stukje vlaai naar binnen werken. Onze gastvrouw praat honderduit over haar leven als gastvrouw langs het Pieterpad.
Sidebar. De aanwezigheid van het Pieterpad doet wonderen met het ondernemerschap van de lokalio’s. Onze 500 km lange wandeling geeft ons een interessante zicht op een dwarsdoorsnede van de plaatselijke bevolking. Zo zien we in Drenthe een stuk méér vriendelijke pogingen om Pieterpadters te laven dan in, zeg eens, Gelderland. Misschien is het wel dat er in Limburg al zo veel toerisme is dat mensen het niet nodig vinden om bij te klussen. Of misschien gaat het gewoon heel goed met de lokale economie. Hoe dan ook, neemt u in Noord-Limburg vooral uw eigen bammetjes mee.

Vervolgens gaan we met het Maasveer bij Afferden de Maas over! Daar is ie dan hoor. Hij zal de rest van het Pieterpad nooit meer heel ver weg zijn en pas in Maastricht zullen we een echt afscheid hebben. We lopen een heel stukje langs de Maas en lopen daarna de rivierterrassen op, naar boven. En dan lopen we Vierlingsbeek binnen. We maken een grande tour door het dorp, en aan de andere kant van het dorp vinden we uiteindelijk onze B&B: een echte Pipo-woonwagen in stemmig roze. Deze staat in de tuin van een echtpaar dat zo vriendelijk is om ons hun fietsen te lenen voor de avond, zodat we niet overgeleverd zijn aan de grillen van de Egyptische snackbar/pizzeria/steakhouse. We fietsen naar een restaurant in the middle of nowhere wat volgeboekt blijkt te zijn, en fietsen dan door naar Overloon waar we in een vrij recent geopende brasserie een heerlijke maaltijd nuttigen. We vallen in slaap in de woonwagen.


Vierlingsbeek – Swolgen

18 september
We vertrekken uit Vierlingsbeek en lopen al vrij snel langs het spoor dat we een tijdje blijven volgen.

We komen langs het bekendste bedevaartsoord van Noord-Limburg: de St. Jozefkapel in het typisch genaamde plaatsje Smakt. Er staan inderdaad verschillende auto’s, wij durven geen blik binnen te werpen. Dat is ook niet nodig, mensen gaan hier nl. vooral op bedevaart om te bidden om een ‘slaapkameraad’. We volgen het spoor verder en lopen door de bossen van landgoed Geysteren. Erg mooi. We komen ook door een mooi stuifzandgebied met jeneverbessen etc en het is een fijne omgeving.


We lopen door, het pad blijft erg mooi. We nemen een soepje in Meerlo en komen aan in Swolgen waar we opgehaald worden door de ouders van Teun. De terugreis verloopt vele stukken beter dan de heenreis.

De Rijn over

Braamt – Millingen a/d Rijn
13 augustus

Voor het begin van dit extra lange weekendje gaan we weer met alle soorten openbaar vervoer naar het dorpje Braamt. De vorige keer dat we hier waren, hadden we bij herberg Graaf Hendrik (“waar die gehandicapten werken”) nog een (ijs)thee gehaald. Vandaag was het echt Hollands zomerweer: grijs. We liepen meteen Montferland in. Een bebost gebied dat in zijn geheel een verhoging in het landschap vormt. Wij beklommen de Hettenheuvel (73m!) en wurmen ons door een heel smal paadje, bijna niet te vinden.


Kilometers lang lopen we door het bos, tot we voor het eerst bij de GRENS komen. De grenspalen staan ons op te wachten. Geen slagboom of paspoortcontrole, toch voelt het als een belangrijke lijn op de grond, terwijl er niet eens een lijn is. We zien tientallen grenspaaltjes. We lopen Duitsland binnen en na een tijdje bereiken we het schitterende plaatsje Hoog (jaja, Hoch) Elten, waar we een kopje thee met appeltaart gaan eten. (Moeten we nou Duits of Nederlands praten? Laten we het gewoon in het Duits proberen, we zijn tenslotte in Duitsland. Oh ze spreekt Nederlands. Ik heb niet eens door of ze nou Nederlands of Duits is. Nee joh, ze is Duits. He, de kaart is tweetalig. Het is wel duur, we zijn vast nog in Nederland.) Net na Hoog Elten kruisen we opnieuw de grens en wandelen we weer Nederland binnen, gelijk waar de Rijn ook Nederland binnenstroomt: het dorpje Spijk. We zien de recordhoogwaterstanden van de afgelopen eeuw en een drijvende Spar.
We vervolgen onze weg een paar kilometer langs de Rijn en komen door een paar steenfabrieken, waarna we het dorpje Tolkamer binnenlopen. Ook hier worden we geconfronteerd met wat waterstanden. Na nog meer Rijn en nog meer steenfabrieken wijken we even van het asfalt af en lopen door de uiterwaarden heen, tussen een kudde wilde koeien door. We lopen langs een verstopt Canadees begraafplaatsje en na nog een paar kilometer komen we aan bij het veer ‘Pannerden’ naar Millingen. Uiteraard vertrekt de boot voor onze neus en moeten we een uur wachten in de stromende regen. Maar, niet getreurd, iets voor de geplande tijd komt de boot opnieuw en we belanden in Millingen.
Een leuk dorpje, en de plek waar we blijven slapen zal ons in ieder geval het meeste bijblijven van het dorp. We slapen, en eten, bij een ondernemend stel dat sinds kort een mooi huis in het dorp had betrokken. We delen de tafel met de dame en heer des huizes, en twee andere gasten die speciaal voor dit B&B uit Leiden waren overgevlogen. Een aangename avond met goed eten en daarna lekker slapen. Aanrader!
Millingen a/d Rijn – Groesbeek
14 augustus
Het ontbijt is eveneens uitstekend, met biologische ‘leuke’ jammetjes, een eitje, diverse biologische kazen van diverse boerderijtjes uit de omgeving en zelfgebakken brood.
Als we Millingen uitlopen, begint het te regenen. En nog wat regen, en nog wat regen. We zien eigenlijk niet zo veel. Maar, zo hadden wij ons het hier ook voorgesteld (no offense natuurlijk richting mensen die daar wonen). We lopen kilometers lang op de grens door polders. (De oplettende lezer heeft misschien al een paar maanden geleden opgemerkt dat kilometers door polders lopen niet bepaald onze voorkeur heeft. Wij halen meer plezier uit licht glooiende bossige omgevingen, inderdaad, Lord of the Rings-achtige landschappen. Dat gezegd hebbende heeft het noorden van Groningen ons toch destijds positief verbaasd. U ziet, over smaak valt niet te twisten – behalve dus hier.)
Even een sidebar. Het Pieterpad wordt gesignpost door zgn. ‘rood-witjes’. Deze kleine versie van de vlag van Polen vindt u overal langs de route terug; op bomen, planken, speciaal daarvoor aangebrachte paaltjes en af en toe op een meer originele plek. De verschillende gebieden van het land hebben duidelijk ieder een eigen ‘rood-witjesmanager.’ De meer enthousiasten onder hen zullen bij elke kruising op de twee andere wegen een groot kruis plaatsen, ten teken dat dat dus niet de bedoeling is. In andere streken zult u tevergeefs in het bos verdwalen als u niet geholpen wordt door het Pieterpadboekje, iets wat ons vanuit commerciele overwegingen de betere strategie lijkt. In weer andere streken vinden we het Pieterpad geprofessionaliseerd, als onderdeel van de duurdere provinciale subsidiewandelbeweging. Slimme ondernemers langs de route misbruiken de rood-witjes door deze naar hun taveerne of picknicktafel te laten leiden. Einde sidebar.


In Leuth drinken we een kopje koffie.
Kort na Leuth belanden we via een zeer ouderwets aandoende stenen brug weer in Duitsland. Dit keer zien we meteen op de grens een Duits verkeersbord dus weer is het een ‘spannende’ grens. We arriveren vrij snel in Zyfflich, een voornamelijk door Nederlanders geannexeerd grensdorp dat in Duitsland bekend schijnt te staan vanwege het feit dat u het geheel achteraan in het telefoonboek vindt. Nadat de makelaars van Zyfflich ons uitgezwaaid hebben lopen we weer richting Nederland, via een meertje op de grens dat het ‘Wyler meer’ heet, eigenlijk een oude loop van de Rijn.
En dan begint het. De Berg. Een echte berg, die misschien niet het hoogste punt is tot nu toe, maar wel de steilste. De Duivelsberg is 76 meter hoog en ligt in gebied dat een paar keer van land is gewisseld in de (recente) geschiedenis. We lopen gemütlich over deze berg en klimmen en dalen en klimmen weer door een mooi gebied dat 66 jaar geleden toneel was voor een van ‘s lands bloederigste veldslagen. Jawel, we zijn in oorlogsgebied aangekomen. We passeren de indrukwekkende Canadese begraafplaats (Here lies a soldier of the Great War, etc etc). Honderden, nee duizenden graven op rij.
We komen aan in Groesbeek, een dorp waarvan je je afvraagt of het het allemaal wel waard was, en worden vriendelijk ontvangen door onze gastvrouw voor vanavond, een dame in een bloemetjeshuis. Met een bloemetjestuin, en ook een bloemetjeskeuken, etc, het is heel erg leuk en mooi maar wel erg bloemerig, in ieder geval een oase in de nieuwbouwwijk waar verder de natuur ver te zoeken is. Dus: fijn, we lopen daarna het dorp in om wat te eten te scoren. Dit is lastig, er is iets wat er OK uitziet maar daar is het allemaal gereserveerd, ofzo, en sinds de invoering van het rookverbod kan je ook niet meer comfortabel op een terras zitten dus we zoeken wat anders en komen uiteindelijk UITERAARD bij de plaatselijke pizzeria slash shoarmatent terecht. De pizza smaakt niet, maar we hebben wel uitzicht op het leuke restaurantje. Terug in de B&B kijken we naar Zomergasten met Lilian Gonçalves (sp?) en vallen bloemerig in slaap.


Groesbeek – Gennep
15 augustus

Drie dagen dus, want we moeten wel voor het einde van het jaar klaar zijn, en anders komen we er nooit. Deze dag is eigenlijk een bonusdag, want maar 15 kilometer, hoewel we wel eerst van de nieuwbouwwijk naar het beginpunt van de route moeten lopen. We lopen meteen het bos in. Hee, we kennen het hier! Iets minder dan een jaar geleden deden we een NS-wandeling in de buurt van Groesbeek, wat ons zo verblijdde dat we uiteindelijk besloten om het hele Pieterpad maar te gaan lopen. Ahhh, zoete herinneringen. Maar nu lopen we dus een stuk dat we al eerder gelopen hebben, dat is niet heel erg want het is hier gewoon mooi.
We lopen over de St. Jansberg.
Sidebar. Even over honden. U weet misschien dat wij niet zo van honden houden als zij van ons, maar we gunnen het mensen die zichzelf graag het leven moeilijk maken natuurlijk. Maar dan moeten ze wel een poepschepje meenemen en ervoor zorgen dat ze ons niet bespringen, en bovendien, lezen. Lezen? Lezen – veel van de schitterende plekjes waar we komen zijn door de eigenaar opengesteld, maar wel met een bordje ‘Honden aan de lijn’. Vriendelijk dus van die eigenaar, die het mensen dus mogelijk maakt om daar te lopen. Daar verwacht je toch een soort dank voor, en respect voor de regels die de eigenaar heeft opgesteld, nou dus niet van hondenbezitters want die doen alsof ze niet kunnen lezen en laten hun vuilnisbak gewoon door de kudde Schotse hooglanders heenrennen. (Niet alle hondenbezitters natuurlijk, maar mensen die geen hond hebben houden hem wél allemaal aangelijnd.) Einde sidebar.


Na de St. Jansberg komen we weer op de grens. We lopen een mooi stuk langs deze grens, een fijn fietspad met aan de ene kant een bosrand (het Reichswald) en aan de andere kant oerhollandse boerderijen. Bij grenspaal 583 slaan we rechtsaf en zeggen we Duitsland even vaarwel. In een rechte lijn lopen we door boers gebied op Gennep af en we realiseren ons dat we in het noorden van Limburg zijn aangekomen. De laatste provincie van het Pieterpad! We kopen natuurlijk een halve vlaai in het, overigens zeer mooie, centrum van Gennep en eten deze in de trein op.

In de Achterhoek

30 en 31 juli Vorden – Zelhem – Braamt

Vanochtend rijden we met Suus en Jeroen mee dus ons openbaar-vervoerprobleem bestaat enkel nog uit Arnhem – Vorden. We mogen weer dankbaar (not!) gebruikmaken van de diensten van Syntus die toch wel de vervoerder met allerslechtste prijs-kwaliteitverhouding van de hele wereld is. Zelfs Boliviaanse treinen zijn beter! Na aankomst in Vorden lopen weer naar kasteel Vorden, en in de buurt daarvan vinden we diverse Pieterpadmemorabilia, zoals een wegwijzer en een walk of fame met de voetafdrukken van Bertje Jens.

We lopen langs het lieftallige knopenlaantje, waar we uiteraard ook zelf een knoopje hebben gelegd. Even later komen we langs Huis Zelle en daarna vermaken wanneer we een wietplantage zien, iets wat wij stedelingen natuurlijk nog nooit gezien hebben.

Daarna arriveren we in Zelhem, waar we eerst een kopje thee drinken in een restaurantje dat omstreeks vijf uur ‘s middags al vol dinerende dorpelingen blijkt te zitten. Wij daarentegen, hebben om een uurtje of zeven een tafeltje gereserveerd bij een écht restaurant waarvoor we de bus richting Ruurlo moeten nemen. Heerlijk gedineerd bij restaurant Wolversveen aan de vooravond van de grote verbouwing. Rond tienen nemen we de bus terug en lopen we naar de B&B in een nieuwbouwwijk van Zelhem. We worden allerhartelijkst ontvangen en chillen nog een beetje voor de televisie in onze ruime kamer. De volgende ochtend ontbijten we met de heer en mevrouw des huizes en filosoferen we over de teloorgang van het dorp, de samenleving en de wereld in zijn algemeenheid. Vol frisse moed beginnen we aan de volgende etappe, op naar Braamt!

Brakkig lopen we over brakke grond Zelhem uit. Eerste hoogtepunt vandaag is kasteel Slangenburg, een oorspronkelijke 14e-eeuwse havezate.

Het pad vervolgt over een paar leuke boerderijpaden (leuk, want niet per se asfalt). Als we de Oude IJssel oversteken zijn we echter in Stom Pieterpadgebied aangekomen; 7 kilometer asfaltplattelandweggetjes. We zijn dus blij als we in Braamt aankomen:

Het korhoen, het motel en het kasteel

Time flies when you’re walking Pieterpad. Hoewel we een tijd lang geen posts hebben gemaakt, willen we toch bewijzen dat we wel degelijk het land doorkruist hebben, om onze geloofwaardigheid nog een beetje op peil te houden. Pas op: onderstaande opmerkingen betreffen voor het grootste gedeelte een stuk Pieterpad dat al lang geleden is dus over de waarheid van de statements kunnen we geen uitspraken doen; de spierpijn is reeds lang vervlogen.

16 en 17 juli: Hellendoorn – Holten – Laren – Vorden

De eerste etappe in deze inhaalmanoeuvre speelde zich af rond Holten. In de vroege ochtend moesten wij uit Amsterdam vertrekken om nog rond lunchtijd in Hellendoorn aan te komen (Hellendoorn is normaal gesproken al absurd slecht bereikbaar met het openbaar vervoer, maar als er dan ook nog eens werkzaamheden zijn duurt het zo vier uur). Vanaf de kerk aan de Dorpsstraat lopen we Hellendoorn uit zo Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug in. De dag bestaat enkel uit hoogtepunten. Zo noemen we de Haarlerberg (59m) en de Holterberg (58m). Schitterende vergezichten doemen op. Al wandelend maken we wat mooie foto’s:



Op de Haarlerberg komen we weer onze vriend de jeneverbes tegen, maar ook een nog veel meer zeldzaam specimen: het korhoen! Deze kipachtige is zo goed als uitgestorven, maar we zien er eentje schuw rondlopen. Uiteraard missen alle foto’s die we erop afvuren, maar op deze foto zie je in het midden onderin OVERDUIDELIJK een hoofd van een korhoen:

Daarna wandelen we rustig door boswachterij de Holterberg om uiteindelijk in, jawel, Holten te komen. Wegens gebrek aan planning hebben we geen B&B of hotel in Holten zelf kunnen vinden, dus moeten jullie het doen met een foto van ons bij AC motel Holten:

Het is nog niet zo makkelijk om bij een snelwegmotel te komen als je niet met de auto bent, maar het is ons gelukt. Overigens prima waar voor je geld!

De volgende ochtend stonden we vroeg op, want we wilden in één dag twee mini-etappes lopen: van Holten naar Laren (15km) en van Laren naar Vorden (14km). Jaja, we zouden hier nog lang last van hebben, maar het was een mooi doel.

Meteen kwamen we bij één van de meest schilderachtige plaatjes van het pad: de Schipbeek:

Dan wordt het wat minder mooi, kilometers lang saaie boerenakkers. Wel leuk zijn wat kasteeltjes die we later tegenkomen!

En dan zijn we snel in Laren:

En dan naar Vorden. Eerst weer veel lange kilometers over boerenweggetjes. (We houden niet zo van boerenweggetjes.) Na een tijdje komen we weer in een bos slash militair oefenterrein. Nog een schitterend kasteeltje:

En dan zijn we er, in Vorden!!!

We vinden dat we nog niet ver hebben gelopen, en wandelen nog even wat verder, naar Kasteel Vorden, het officiële halverwegepunt van het Pieterpad, hoewel het duidelijk niet echt in het midden ligt. Hier vieren we dat we het eerste Pieterpadboekje uit hebben en weg kunnen gooien / als mooie herinnering kunnen bewaren. Dan stappen we op de veel te dure Syntustrein en gaan langzaam (want werkzaamheden) terug naar Amsterdam.

 

‘Berg’ op, ‘berg’ af

Tijd nu voor een tussendoortje. Omdat het Pinksterweekend blijkt te zijn, kunnen we geen overnachtingsplek in de buurt regelen. We besluiten op één dag heen en weer te gaan en nemen aan het einde van de ochtend de trein naar Ommen. Met de nodige omwegen dankzij de ‘geplande werkzaamheden’ komen we daar dan aan het begin van de middag aan. Meteen worden we in het diepe gegooid, want bijna meteen na ons vertrek uit Ommen komen we aan bij de eerste berg: de Besthmenerberg! Met zijn 33 meter hoogte is het letterlijk het hoogtepunt van het Pieterpad tot nu toe. Op de top van de berg staat een uitzichttoren dat de hoogte direct verdubbelt. Teun beklimt deze nog dapper maar Annette moet naar adem happen en blijft beneden achter. We zien de volgende top alweer opdoemen in de verte, hij raakt de wolken en we raken enigszins overweldigd.

Na de afdaling en een broodje pindakaas voelen we ons weer sterk genoeg voor de volgende klim. Het is de Archemerberg, die met (ruim!) 75 meter een belangrijk meetpunt voor de Rijks Driehoeksmeting vormt. Tijdens de klim zien we wat unieke vegetatie, zoals de alleen-op-deze-hoogte-levensvatbare jeneverbes die nergens anders in Nederland te vinden is. Op de top aangekomen suist de gure wind langs ons heen. We zijn de boomgrens allang gepasseerd en zien alleen kale vlaktes en een paar overlevers voor ons uit.

Tijdens de afdaling passeren we de ‘Dikke Steen’, wat vroeger de marken Lemele en Archem scheidde. De afdaling leidt ons langs een andere top, de Lemelerberg, waar we een WO2-monument vinden dat herinnert aan Kamp Erica, vroeger beter bekend als Kamp Erika, waar Hubertus Bikker, ‘De Beul van Ommen’, de scepter zwaaide en honderden mensen de dood in jaagde.

Na een stukje door open land begint het hard te regenen. We schuilen in de kantine van kampeerterrein ‘De Eelerberg’ en genieten van een warme choco+slagroom (in juni). Dan klaart het op en als we de zon weer zien beginnen we aan de laatste klim van de dag: de Eelerberg (38m)! Op de top van deze berg vinden we tegenwoordig een rusthuis. Nadat we ook deze berg af zijn gedaald komen we op onze aanvliegroute naar het avontuurlijke Hellendoorn, waar we niet veel van zien omdat bij de grens van de bebouwde kom onze vrienden Marieke en Willem-Jan klaarstaan met de auto. ‘s Avonds eten we pizza in, het moet gezegd worden, de beste pizzeria van het oosten van het land, il Campanile in Markelo (Markelo, geboorteplaats van Johan Nijenhuis!).

Kanalen en boswachterijen

Het is Pasen. We maken er een lang weekend van en de weersverwachting is weer uitstekend. Nu alleen de helse tocht naar het startpunt in Sleen doorstaan [met het openbaar vervoer ja!]. Aangekomen in Sleen besluiten we eerst uitgebreid te gaan lunchen. Snel na vertrek uit Sleen komen we een paar vrienden uit Zuid-Amerika tegen: een alpacaboerderij! Wat die beesten in ons klimaat te doen hebben weten we niet, maar het is toch leuk om te zien. We waren al gewaarschuwd voor de etappe naar Coevorden en inderdaad. Een groot deel van de dag lopen we over geasfalteerde wegen, kilometers lang langs hetzelfde kanaal, en dorpen met illustere namen als Holsloot en Den Hool. Een enkel brinkdorp (we zijn inmiddels fan) brengt een mooie uitzondering. Uiteindelijk doemt Coevorden grijs en grauw op, en we lopen de stad binnen langs het Stieltjeskanaal waar maar geen einde aan lijkt te komen. We overnachten in het Best Western van Coevorden en eten in een gezellig eetcafétje waar de eigenaren verrukt opkijken om op zaterdagavond gasten te mogen ontvangen. We kletsen wat af en gaan na een goed glas ganzenbitter naar bed.


Meteen als we Coevorden verlaten wordt het mooi. We lopen de stad uit door een bescheiden natuurgebiedje met plotseling een monument, de ‘Poort van Drenthe’, eigenlijk een door moderne mensen gemaakt hunebed.

De tocht vervolgt door een mooi akkerland. We lopen over weilanden en langs slootjes de provincie Drenthe uit. Het dorpje Gramsbergen wordt onze lunchplek. Ook hier zien we een klein Pieterpadmonumentje. We lopen langs klassieke boerderijtjes in een door paardenbloemen wel erg romantische omgeving. Vlak voordat we in Hardenberg zijn, mogen we nog een stukje door het Engelandse Bos lopen; de zon schijnt fel en zonnebrandcreme hebben we uiteraard niet bij ons. Langs de Vecht lopen we Hardenberg binnen.

In Hardenberg slapen we in een soort werkverschaffingsproject voor mensen met een ‘arbeidshandicap’. Omdat het Pasen is krijgen we de sleutel en moeten we die de volgende dag maar op een afgesproken plekje leggen. We hebben die avond een tafeltje in sterrestaurant ‘De Bokkepruik’ (www.bokkepruik.nl). De eerste paar gangen zitten we buiten op het fraaie terras, daarna verplaatsen we naar binnen. Wat een heerlijke avond!
Via een paar mooie brinkdorpen, Boswachterij Hardenberg en Boswachterij Ommen komen we dan aan in Ommen. Tijd om weer naar huis te gaan!

Durf te turven!

Oh ja, het Pieterpad! Met al dat Zuid-Amerikaanse geweld zou je bijna vergeten dat Nederland ook heel mooi is. Tenminste, dat willen de bedenkers van het Pieterpad ons wijsmaken. Nog steeds staat de deadline om het Pieterpad gelopen te hebben voor 1 januari 2012 en dus vertrekken we vrij snel na terugkomst in Nederland naar het pittoreske Rolde, nabij Assen, waar we waren opgehouden.

In Rolde worden we meteen verblijd met een stapel hunebedden. De tocht gaat eerst recht langs een al lang niet meer gebruikte oude spoorlijn. We lopen eerst een stuk door weilanden en al snel gaan we over zandpaden de bossen in. We lopen langs de plassen van het Meindersveen.

Iets verderop passeren we een groep schapen. De herder ontbreekt en deze groep schapen doet ons uit de buurt blijven, want ze hebben vervaarlijke hoorns. De tocht gaat verder door het bos en langs een lange weg komen we aan het einde van de dag Schoonloo binnen.

In Schoonloo zitten we in het schitterende hotelletje ‘De Loohoeve’ http://www.deloohoeve.nl/. In het bijbehorende restaurant en de brasserie kun je nog erg goed eten ook. Het is het enige wat in het buurtschap te doen is en we weten ons er goed te vermaken.

De volgende dag gaan we verder in de richting van Sleen. Op deze route passeren we aangelegde boswachterijen – een eeuw geleden was dit allemaal nog turf klaar om gestoken te worden. Zoals de boswachterij Schoonloo.

Ondanks dat het begin april is, is het erg mooi weer. We komen langs het Ellertsveld (je weet wel, van Ellert en Brammert) en het Slenerzand, het Zweelooerveld, een groot stuifzandgebied. Maar natuurlijk gaan we ook op bedevaart naar het eerste Pieterpadmonument. We prevelen even wat ter ere van Bertje en Toos, maken een grote bocht om Noord-Sleen heen, zodat we in Zuid-Sleen (beter bekend als Sleen) aankomen. We nemen daar de bus naar Emmen, en dan weer terug naar Amsterdam.

 

 

 

Het koude natte Noorderland

Zaterdag 11 december 2010. Het weer lijkt ons weer mee te zitten; net als bij de eerste etappe is het de hele week verschrikkelijk weer geweest maar zijn de vooruitzichten voor het weekend acceptabel. Het is fris. Teun test zijn winteroutfit voor in Patagonië.

Start van het weekend is einde van de vorige: Station Groningen CS. De eerste paar kilometer zijn nog wel druk maar verrassend on-stads; we volgen de Willemsvaart de stad uit en na een uurtje lopen zijn we alweer helemaal alleen. Aan onze linkerkant, niet al te ver weg, een ronkende snelweg; aan onze rechterkant een schitterend natuurgebiedje met water en molen.

Er ligt ijs op het water. Bij Haren lopen we langs een besneeuwd bosje met vreemde paardenbloemachtigen:

We lunchen iets verderop aan een grote visvijver genaamd ‘Sassenhein’, niet te verwarren met het lieflijke plaatsje in de Bollenstreek. In de uitspanning waar we een biobroodje eten is ook een feestje van de lokale damesclub. ‘Astrid’ is ’25’ maar Astrid is duidelijk niet 25, dus wat ze precies al 25 keer/jaar/maand heeft gedaan is onduidelijk. Toch gefeliciteerd vanaf deze plek.

Het weer wordt grimmiger en we beseffen ons dat de wintertijd met zich meebrengt dat de duisternis snel in zal vallen. En we zijn de provinciegrens nog niet eens gepasseerd. Een mooi stukje vakwerk van het Trechterbekervolk staat aan de linkerkant van de weg:

De laatste kilometers regent het, is het koud en lopen we allebei een verkoudheid op die pas een week later zou beginnen over te gaan. Door een drassige modderpoel waar ongetwijfeld overdag wordt geboerd ploegen we ons een weg naar de lichtjes in de verte waarvan we weten dat het Zuidlaren is. En ja, eindelijk komen we daar aan (pas op, anachronisme):

‘s Avonds eten we *niet* in de Vlindertuin, het beste restaurant van Zuidlaren en omstreken, maar bij een ander restaurantje dat we tegenkomen en niet al weken vantevoren volgeboekt was, genaamd ‘Cosineros’. Blind gaan we voor het viergangen verrassingsmenu. We worden verblijd met een zalmcarpaccio, een pot au feu en een paar goede stukken vlees als hoofdgerecht. Het toetje bestond onder andere uit een parfait van Zuidlarense Bol (jawel!)

Het bed & breakfast waar we verbleven werd gerund door een gezellig koppel dat ons diverse malen de hemel in prees voor het simpele feit dat we niet zonder af te bellen waren weggebleven. ‘Maar ja, Pieterpadlopers, daar kun je van op aan.’ Het huiselijke, dorpse sfeertje zat er al goed in toen we bij aankomst een groene brievenbus open konden maken en in de dubbele bodem de huis- en kamersleutel vonden. Een goede nachtrust konden we wel gebruiken!

Zondag 12 december 2010. We zijn nu echt in Drenthe aangekomen en wandelen door het gebied van de Drentsche Aa, een rivier die de provincie kenmerkt maar nergens ‘Drentsche Aa’ heet. Elk dorp heeft er zijn eigen naam aan gegeven die veelvuldig eindigt op ‘Diep’. Het heeft de afgelopen week veel geregend en gesneeuwd, waardoor de rivier flink uit zijn oevers is getreden en op sommige plekken iets meer van de grond opeist dan strikt noodzakelijk:

We volgen het ‘Schipborgse Diep’ een tijdje en komen aan in Gasteren. Een dorp met een brink waar precies één restaurant te vinden is, maar daar komen mensen dan wel van heinde en verre op af: het PANNENKOEKENRESTAURANT!!!!

De bestelling was een pannenkoek met gember en rozijntjes (Annette) en de Pannenkoek Piccante (Teun, met wat rode peper en broccoli en boontjes en kaas). Deze gaf ons, samen met het mooie weer dat we vandaag gelukkig wel hadden, voldoende energie om aan het laatste stuk van de dag te beginnen: een mars over het Ballooërveld, een voormalig militair oefenterrein en dat snappen we wel want met wat fantasie ben je in de bergen in Afghanistan.

De tocht is een flink aantal kilometers waar we alleen wat andere romantische wandelaars en wat natuur-fiets-freaks tegenkomen. Het is een ontzettend mooie tocht, maar we moeten doorstappen, over drie uur staat het zusje van Annette voor de deur om te komen eten… in Amsterdam. We besluiten de bus van half vier te halen vanaf de brink van Rolde, maar daar moeten we dan eerst nog zien te komen. Met gezwinde spoed haasten we ons naar het dorpje wat als een welkom vergezicht zijn kerktoren op laat doemen.

Volgende etappe: even niet. Eerst naar Zuid-Amerika!

Wad een hel!

Vrijdagavond. We hebben mijn moeder aan de telefoon. “En waar gaan jullie dan overnachten?” Deze vraag begrijpen we niet. Overnachten? We gaan gewoon in één keer lopen. “Jaja.” Mijn moeder barst in lachen uit. “Hebben jullie ook geen slaapzak?” Slaapzak, hoezo slaapzak. Het is november en het heeft de hele dag pijpenstelen geregend. We zullen wel iets missen; mijn moeder heeft tenslotte alle paden van Nederland al bewandeld. We zijn in pittoresk Pieterburen, waar precies één ondernemer het zijn taak heeft gemaakt om de Pieterpadtoeristen van een slaapplek, hapje, drankje te voorzien. In hotel ‘Waddenweelde’ hebben we een kamer die aandoet als een Center Parcs bungalow. In café ‘Bij de Buren van Pieter’ krijgen we wat nootjes en een glaasje Wadwater van het huis. Het ontbijt, krijgen we te horen, is morgen in restaurant ‘Waddengenot’ aan de overkant.

Zaterdagochtend besluiten we, voordat we daadwerkelijk gaan wandelen, nog even naar de Waddenzee te rijden. Dit bleek lastiger dan verwacht:

De Mini accepteert gelaten dat hij als 4×4 wordt gebruikt, maar een doorgaande weg naar de zeedijk vinden we niet. Door de hevige regenval van de afgelopen 24 uur is alles om ons heen veranderd in een diepe, diepe blubber. Verstand wint het van emotie en we rijden terug naar het hotel, waar we om 08:45 beginnen aan de eerste etappe van het Pieterpad!

Deze dag is eigenlijk twee etappes. Het is misschien discutabel verstandig om op de eerste dag, ongetraind, twee etappes achter elkaar te lopen. Toch vonden we dat dat wel kon omdat de eerste van de twee 11 km is en de tweede 19 km. Niet vies van een beetje zelfoverschatting leek dit ons prima te doen.

De eerste 11 km, van Pieterburen naar Winsum, is een redelijke rechte lijn. Het Groningse platteland bestaat voornamelijk uit landbouwgrond die van elkaar worden gescheiden door asfaltwegen. We lopen dus voornamelijk over asfalt, waar weinig auto’s langskomen, behalve af en toe een 120 rijdende boerenzoon.

Voor ons gevoel bijzonder snel komen we aan in Winsum:

De tweede etappe, van Winsum naar Groningen, is een stuk langer met 19km.

Voordat we aan deze etappe beginnen, halen we nog snel een literpak sinaasappelsap welke we in 5 minuten achterover slaan. Vrijwel direct buiten Winsum wekt de routebeschrijving onze verbazing door te tekst  Aan het einde de verharde weg schuin naar rechts oversteken, over het hek klimmen en via een weiland met bordje “wandelen toegestaan” verder rechtdoor gaan. Na een korte vertwijfeling klimmen we inderdaad het hek over en bereiken een modderpoel waarvan slechts de contouren in combinatie met de aanwezigheid van enkele grassprieten doen vermoeden dat dit afgelopen zomer inderdaad nog een weiland geweest zou kunnen zijn.



Daarna vervolgen we onze weg zuidwaarts langs verschillende boerderijen en gehuchten. Wat opvalt is dat de mensen die we op onze route tegenkomen ons keer op keer ontzettend vriendelijk groeten. Ook IJsbeer maakt al snel vrienden.

Na een tocht die misschien iets langer is dan eigenlijk verstandig was geweest komen we aan bij het bordje Groningen:

Vanaf hier is het echter nog vijf kilometer naar het eindpunt – het station. We verkijken ons op de afstand. Teuns voeten doen pijn aan alle kanten. Eindelijk is het tijd voor lunch: een Subway broodje heeft nog nooit zo goed gesmaakt…

© 2020 Teun en Annette

Theme by Anders NorenUp ↑