Teun en Annette

en hun doldwaze belevenissen

Month: January 2011

Avonturen (1)

Arequipa en de Colca Canyon

Na de nachtbus uitgeslaapwandeld te zijn regelen we een taxi naar ons hotel waar we de rest van de middag de slaap inhalen die we in de nachtbus gemist hebben. Arequipa is een mooie koloniale stad, waar helaas het boevengilde goed huishoudt volgens onze handboeken. Gelukkig hebben we ze weten te omzeilen. ´s Avonds ter variatie kaasfondue gegeten, yum!

De volgende ochtend is het tijd om naar de Colca Canyon te gaan, een tocht van een paar uur over grote hoogte (lees: 5000 m) brengt ons naar een lodge in Corporaque, vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de Canyon. We relaxen in hangmatten (nogmaals: met uitzicht!) en genieten van de geBBQde alpaca die hier voor ons wordt klaargemaakt. In de Colca Canyon (de allerdiepste canyon ter wereld) leven condors die we de volgende dag met een bezoekje vereren. Dat we iets later aankomen dan gepland (we zijn niet hoogteziek maar wel hoogtemoe) is in ons voordeel want vandaag hebben de condors kennelijk ook behoefte gehad om uit te slapen en we spotten er maarliefst 6!!

Na dit avontuur besluiten we te gaan relaxen in de plaatselijke spa, waar we in de brandende zon zwemmen in vulkanisch zwavelwater. Erg gezond, zo wordt beweerd.

Puno en het Titicacameer

Na nog weer een lange rit over grote hoogte (waar Annette besluit haar reeds genuttigde ontbijt te offeren aan de plaatselijke goden Pachamama en Pachatata) komen we aan in Puno. Puno is een leuk maar toeristisch stadje aan het Titicacameer. We hebben duidelijk slaap nodig (offeren kost energie 😉 ) en besluiten van ons oorspronkelijke plan af te wijken en iets meer te relaxen. De keuze valt op een dagtrip over het Titicacameer waarbij we de Uros-eilanden en het eiland Taquile bezoeken. Op de terugweg slaat het weer om en lijken we op een woeste zee te varen in plaats van een meer. We zijn blij dat we het land bereiken.

Cuzco en de Inca Trail

Vanuit Puno gaan we naar Cuzco, een stukje meer in het noorden van Peru, ooit de hoofdstad van het Incarijk. Cuzco is een toeristsiche plaats met veel hippies en authentieke backpackers maar het koloniale stadscentrum wordt hierdoor niet minder mooi. Vanuit Cuzco worden we opgehaald om aan de Incatrail te beginnen. In vier dagen 45 kilometer lopen lijkt niet zo veel, maar als er pieken van 4250 meter tussen  zitten blijkt dit een heel ander verhaal te worden. Gelukkig hebben we mazzel met het weer. Alleen de eerste en de laatste dag een beetje regen (dit heet enorme mazzel in de regentijd!) en op de laatste dag klaart het op tijd weer op om een paar mooie foto´s van Machu Picchu te schieten.

La Paz en Amaszonas

Onze laatste avond in Cuzco wordt ook onze laatste avond in Peru én we hebben de Incatrail gelopen, reden om extra lekker uit eten te gaan, want koken dat kunnen de Peruanen! Vanuit Cuzco vliegen we naar La Paz, de onofficiële hoofdstad van Bolivia. La Paz heeft het hoogste fatsoenlijke vliegveld ter wereld (4km) en als we landen zijn we toch enigszins buiten adem. We zitten in een hotelletje in het toeristencentrum en dat betekent dat we lekker rustig over straat kunnen lopen en de markt kunnen verkennen, waar verkooptoppers als gedroogde lamafoetussen ons vermaken. De volgende dag slapen we uit (wekker 07:45) om in een lekker 16-mans schudvliegtuigje de tocht van La Paz naar Rurrenabaque te maken; een vlucht van 40 minuten. Bij uitstappen verbazen ons over het gigantische verschil tussen het klimaat van La Paz en Rurre. We gaan een paar dagen de jungle in; lekker genieten van het regenseizoen…

Die Peruviaanse keuken is eigenlijk zo gek nog niet

Verrassend: Lima. Van alle hoeken en gaten gewaarschuwd dat dit de saaiste en gevaarlijkste stad op het zuidwestelijk halfrond zou zijn, maar dat viel eigenlijk wel mee. Sterker nog, Lima is prima! Ons hotel was in de upmarket wijk Miraflores (Kijk, bloemetjes!) waar ook een leuke boulevard, honderdduizend hotel/casino´s en een mall naar Amerikaans voorbeeld was. Hoewel we beiden nog nooit aan de westkust van de VS zijn geweest moesten we Lima wel hiermee vergelijken.

Gegeten. Ceviche. Rauwe vis met ui, limoensap en mais. In verschillende vormen. Mensen die ons een beetje kennen weten dat we niet echt van rauwe vis, in wat voor vorm dan ook, houden. Toch geprobeerd (in het duurste restaurant van Peru) en de meningen waren verdeeld. Cuy. Cavia dus. Een lokale delicatesse. Smaakt naar babi pangang. Krab. Vliegtuigvoedsel, aan boord van een bus. Inktvis. Paarse mais, zowel in de vorm van een wrap als gedestilleerd tot een drankje. Lomo saltado, de lokale manier om snel vol te raken. Rijst. Salades. Pasta. Babygeitenvlees. Chips gemaakt van Yuca. Echte quesadilla’s en echte nacho’s met echte guacamole en echte salsa. Kaviaar. IJs gemaakt van Yuca.

Gedronken. Natuurlijk: Pisco sour. Een sloot brandy met opgeklopt eiwit. Maar ook: paarse mais (zie boven). Nu ongeveer 17 koppen cocathee (met zn tweeen). Bier uit Cuzco, origineel genoeg Cuzqueña genaamd. Verse sappen.

Gedaan. Stadscentrum van Lima bekeken, wisseling van de wacht gezien, langs de Pacific geflaneerd, lokale bus gepakt, Spaans gesproken (gaat verrassend goed), veel geslapen, de Islas Ballestas bezocht – een eilandengroepje net in de oceaan waar je op een gemiddelde ochtend anderhalf miljoen vogels – pelikanen, aalscholvers, … –  aantreft, en ook nog een kolonie zeeleeuwen en pinguins, waar je van geluk mag spreken als je geen guano op je krijgt (geen geluk gehad). 

Gedurfd. In een buggy met 90 kmh door de woestijn geracet en onmogelijke bochten over steile hellingen gemaakt. Gillen! Alsof je in een achtbaan zonder baan zit. Gesandboard; op een plankje van de voornoemde steile woestijnduinen van tientallen meters (Annette: Was echt wel 100 meter) afgesjeest (filmpje komt nog).

T-36


View Larger Map

© 2020 Teun en Annette

Theme by Anders NorenUp ↑