Teun en Annette

en hun doldwaze belevenissen

Month: February 2011

Eindelijk, Argentina!

Woensdag 2 februari

Na het ontbijt verschranst te hebben (ons avondmaal gisteren bestond dor de enorme vertraging uit niet veel meer dan Pringles) verkassen we naar ons eigenlijke hotel. We verkennen Salta, internetten wat en strijken neer op een terrasje. Heerlijk vooruitzicht dat we de komende dagen geen strak programma hebben. Helaas lijkt Teun nog altijd last te hebben van het slechte Boliviaanse voedsel en moeten we die middag op zoek naar een dokter/ziekenhuis. Het ziekenhuis waar de eerste dokter ons naar toe stuurt valt niet echt in de smaak (omdat het eruit ziet als een Sovjet lanceerinrichting) en dus besluiten we voor een “second opinion” naar een tweede dokter te gaan die wonderwel Engels spreekt, z´n CV heeft afgedrukt op het briefpapier, in Frankrijk heeft gepraktiseerd, diploma aan de muur en foto van het gezin op het bureau scheppen vertrouwen en Teun slikt de komende dagen braaf een voorgeschreven antibioticummetje. Na een diner met veel vlees en wijn (of paste dit nou niet in Teuns dieet?) vallen we voldaan in slaap.

Donderdag 3 februari en vrijdag 4 februari

Na de medical tour van gisteren is het nu tijd voor de echte toeristen city tour. Gelukkig is Salta lekker klein en goed te navigeren. De dagen lopen wat door elkaar; we genieten van deze provinciale oase en de rust na een paar weken lang van het ene naar het volgende hoogtepunt te sjezen. De dagen bestaan uit ontbijten, slenteren, terrasje, slenteren, lunchen, slenteren, dineren, af en toe wat internetten en een al dan niet geslaagde poging om naar huis te bellen. We eten vlees, veel vlees. In Argentinie serveren ze niet echt groente bij het vlees en moet je dit apart bestellen. Op de verjaardag van Annettes oma eten we een lekker taartje aan het stadsplein om dit te vieren. Teun kijkt nerveus naar het voortrazende verkeer en beseft dat hij zich hier binnenkort in moet mengen. We zijn heerlijk uitgerust.

Intermezzo: Reizigers

Het moet gezegd worden: reizigers zijn een raar slag mensen. Allemaal. Zo na een tijdje rondreizen merk je dat er een paar verschillende soorten reizigers zijn. Ze mengen niet vaak en als dat gebeurt, vinden ze het maar niks; ziet u, het grappige aan de soorten reizigers is dat ze allemaal neerkijken op elkaar, want hun soort reizen is de enige echte. Een kort overzicht.

* Hippies. Te herkennen aan: kleurige stoffen kleding, op zoek naar goedkoop hostel met al hun bagage, muziekinstrument (liefst gitaar, maar alles wat herrie maakt is goed) en natuurlijk de onvermijdelijke en ongewassen dreadlocks. Vaak Israelisch, Argentijns of Braziliaans, maar iedereen kan zich hippie genoeg voelen voor een bloemetjesrok! Dieet: crackers (als avondeten) en het menu del dia (lunch, als er geld over is).
* Backpackers. Te herkennen aan: backpack. Maar ook: lamatrui, wandelstok, t-shirt ´I survived the worlds most dangerous road’ en, vreemd genoeg, ook overdag een pyjamabroek. Zoeken elkaar actief op in speciaal daarvoor aangelegde reservaten, waar geweldige dingen om hier te doen worden uitgewisseld, niet-lokale gerechten worden gegeten en geklaagd dat alles zo duur is (jawel, ook in Bolivia). Motto: alles zien, maar wel zo goedkoop mogelijk.
– Ons Soort Mensen. Te herkennen aan: privechauffeur, leeftijdsverschil, outfit van The North Face / Lowe / Columbia, shampoo. Zoekt in elke stad het duurste restaurant op, omddat je ´daar gegeten moet hebben´. Betalen graag de extra toeslag voor een tweepersoonskamer met douche tijdens de Inca Trail. Alles vantevoren geboekt, want niet al te lang op reis, het werk wacht weer!

Zaterdag 5 februari

Vanochtend vroeg op ontbijten en daarna de auto opgehaald om naar onze volgende uitvalsbasis, Purmamarca, te rijden. De summiere routebeschrijving, matige bewegwijzering en heel misschien in de laatste plaats Annettes kaartleeskwaliteiten zorgen ervoor dat we moeite hebben om de weg te vinden. Eenmaal de juiste weg gevonden, worden we halverwege de stoffige, desolate, grintgruizende smalle weg (en na ongeveer 2 uur rijden) staande gehouden bij de politiepost van het “dorp” Ing. Maury. De dienstdoende agenten melden ons dat de weg verder onbegaanbaar is vanwege overstromingen. We moeten rechtsomkeert maken en rijden terug naar Salta, waarvandaan we het opnieuw proberen via de enige andere weg naar het Noorden. Ook dit blijkt toch een uitdaging te zijn , maar na een weg met 2753 bochten langs een pittige afgrond, komen we aan het einde van de middag dan toch aan in Purmamarca. Een hippiedorp in een schitterende omgeving!

Zondag 6 februari

Purmamarca bevindt zich in een vallei, toevallig ook een weg naar Chili, waar je uitzicht hebt op bergen en heuvels die, door een mooi samenspel van verschillende lagen mineralen, bijna als een regenboog zoveel kleuren hebben. Je kunt er niks doen behalve van het uitzicht geniegen en misschien wat wandelen. We zitten in een heerlijk hotelletje, ons meest luxueuze tot nu toe, en vandaag maken we een ´kort´ritje naar het noorden, de vallei van Humahuaca in. We zien onderweg een monument dat ons vertelt dat we de Steenbokskeerkring passeren (joechei!) en een pittoresk gekleurd begraafplaatsje. Humahuaca zelf is een dorpje met een bewandelbaar centrum en een plein met een mooi monument dat een paar meter hoger ligt, de bevrijders van Argentinie eert en mooi uitzicht biedt op de vallei. Ook bezoeken we nog een oude ruine van een pre-Inca stadje en `s avonds eten we weer in het enige fatsoenlijke restaurant van het dorp.

Maandag 7 februari

De weg die, toen we naar Purmamarca toe reden, “halverwege” bleek te zijn afgesloten, willen we vandaag proberen te nemen om terug naar Salta te gaan. Het belooft een lange rit te worden door een leeg landschap, we zorgen dat de tank vol zit en we voldoende water bij ons hebben. We genieten van het uitzicht, nemen eerst nog een hoge pas van bijna 5000m waarna we een stop maken bij prachtige zoutvlaktes. Vanaf daar stopt de weg. Oh nee – hij gaat onverhard door. Dit is de Ruta 40, de langste weg ter wereld die zelfs de Route 66 verdubbelt. Het is een weg die van het uiterste noorden (hier) naar de zuidelijke grens met Chili gaat en doet daar ongeveer 5200km over. Het is ook een weg die niet echt helemaal geplaveid is… we rijden over een kleivlakte, opspattend grind, zand waarvan je je afvraagt of het nog wel de weg is en is op zo veel plekken overstroomd dat we bang worden dat we om moeten gaan keren. Na een paar uur in de schitterende leegte te hebben gereden komen we aan in San Antonio de los Cobres, een lange naam voor zo´n klein dorpje. We eten wat bij ´het´ restaurant, gooien ´voor de zekerheid´ de tank nog een keer vol en vervolgen de route richting het eerder genoemde Ing. Maury, alwaar we opnieuw gestopt worden… Verschrikt kijken we elkaar aan. ´s Ochtends hadden we iemand van het hotel laten bellen met de verkeerspolitie en de weg zou goed moeten zijn, maar dat zei een agente ons eergisteren (toen niets minder waar bleek te zijn) ook. Omkeren zou nu 9 uur omrijden zijn en het was inmiddeld 5 uur ´s middags, we zijn op twee uur van onze eindbestemming. We maken kennelijk indruk met onze vriendelijke glimlach en blonde lokken en het inmiddels bijna vloeiend Spaans dat we spreken – want met de waarschuwing dat we heeeeeel voorzichtig moeten rijden laten de agenten ons gelukkig gaan. Gelukkig, zo blijkt, want het had ook anders kunnen zijn. We begrijpen waarom, als we even later een personenauto vast zien zitten in een stuk overstroomd grindpad – waar wij ook langs moeten. Teun neemt even polshoogte en Annette flirt uit voorzorg met de chauffeur van de vrachtwagen die achter ons is gestopt. Aan de andere kant van het water besluit een auto maar weer om te keren (twee uur, mensen, twee uur!) Als we achter hem aanrijden komt het volgens hem wel goed, en zo niet, dan belooft hij ons karretje (een two-wheel-drive Volkswagen Gol) uit de “rivier” te slepen. We nemen een flinke aanloop, en Teuns rijkunsten maken dat dit helemaal niet nodig is. Bravo! Onder luid applaus van de omstanders vervolgen we onze rit, en s avonds trakteren we ons op een lekker stukje vlees en ravioli.

Dinsdag 8 februari

We missen de hoogte. Salta ligt op slechts 1150 meter hoogte. Daarom staat voor vandaag op het programma om de heuvel, die Salta flankeert, te bestijgen. Wel eerst lunchen natuurlijk, we nemen het menu del dia in een lokalio-hangout. Daarna lopen we door naar het parkje waar onze kabelbaan naar boven verstrekt! Zwitserse kwaliteit, zo valt op de machine te lezen, dus we durven best in te stappen. We verbazen ons nog even over de grootte van deze provinciehoofdstad met een miljoen inwoners. We hebben niet genoeg geld voor de tocht naar beneden, dus we kopen een zoet ijsje en lopen zelf naar beneden. s Avonds eten we ergens dat gisteren dicht was en waar wij ons flink op verheugden: de beste plek om in Salta vlees te eten, in casu een dubbele portie bife de lomo. YUM!

Zout zout zout

Na een lange busrit komen we ´s ochtends in Uyuni aan. Het stadje ligt ver weg van alles, midden in een dor en zanderig landschap als gevolg waarvan de rastervormige straten zich in een laag stof hullen. We lopen naar ons hotel dat volgens ons handboek het enige stylisch verantwoorde hotel in heel Uyuni is. Dat klopt aardig, voor het eerst sinds de aankomst in de jungle weer een fijne (niet klamme) kamer met gordijnen een lekker tweepersoonsbed en een warme douche. Wat zouden we ons nog meer willen wensen? Uhm, gezondheid! De beroerde maaltijden van de jungletour blijven hun tol eisen. Want ook hier besluit Annette weer de nodige reeds genuttigde maaltijden te offeren, mikken is niet haar sterkste punt, haar witte schoenen blijven op een of andere manier een onverminderd populaire offerplaats. Wanneer ze zelfs water niet meer binnen kan houden besluiten we dat het tijd wordt om actie te ondernemen. Helaas, het is zaterdagavond en er is geen ziekenhuis te vinden. Dan maar zelf aan de slag met de voorraad uit Nederland meegebrachte antibiotica. Dit blijkt wonderwel te werken en we kunnen toch mee op een tour naar de Salar de Uyuni, een inmens grote zoutvlakte waar een door de regen een laagje water op ligt die werkt als een spiegel wat (letterlijk en figuurlijk) schitterende vergezichten opleverd. Wauw! Hierna rijden we door naar het plaatselijke treinkerkhof, en vervolgens begint onze tocht richting de meest zuidwestelijk gelegen punt van Bolivia. We rijden met een 4×4 door schitterende landschappen die nog het meest doen denken aan hoe de maan er uit moet zien. We komen langs allerlei lagunes in verschillende contrasterende kleuren, geel, groen, rood, zien veel flamingo´s, vulkanen, geisers. Te veel om op te noemen! De foto´s zeggen genoeg.

Na terugkomst in Uyuni nemen we ´s avonds de nachttrein naar Villazon, aan de Argentijnse grens. Het kopen van het kaartje voor deze trein was al een avontuur op zich; het loket is slechts een paar uur per dag geopend, na een nummertje ontvangen te hebben werden we binnengelaten in een ruimte die aandeed als een kerk en vervolgens werden de kaartjes verkocht op volgorde van gekregen nummer. Dachten we. De Bolivianen waren het hier niet geheel mee eens en meenden gerust af en toe voor te kunnen dringen, wat natuurlijk hilarische taferelen opleverde. Gelukkig waren we nog optijd aan de beurt en hebben we met de nodige formaliteiten een kaartje kunnen bemachtigen. In de trein redelijk kunnen slapen en de volgende ochtend na het ontbijt (jawel er werd ontbijt geserveerd in de trein) om 7.30u uitgestapt in Villazon. Vandaar een taxi genomen naar de daadwerkelijke grens, onze laatste Bolivianos gewisseld en in de rij gaan staan om het land uit te mogen. Dat duurde zeker anderhalf uur, waarna we achteraan in de rij konden gaan staan voor de Argentijnse immigratie. Nadat we 2,5 uur in de brandende zon op een brug in niemandsland hadden gestaan en bijna de hoop verloren te hebben Argentinie nog in te komen voor de lunch, kwam een douanebeambte alle paspoorten verzamelen van mensen met blonde haren en blauwe ogen. Teun kon gelukkig meevaren op Annettes arische uiterlijk en nadat alle stempels gezet waren werden de paspoorten uitgedeeld door een meneer die netjes de namen voorlas die in het paspoort stonden. Teun was als laatste aan de beurt, want die achternaam, dat snappen ze hier niet.

Toen dachten we alle formaliteiten gehad te hebben en hebben we een buskaartje naar Salta gekocht en hadden nog mooi wat tijd om te lunchen. Bij de busterminal teruggekeerd bleek een hele Boliviaanse familie (oma en haar twaalfkoppige gevolg) middels onze bus hun emigratie naar Argentinie te bewerkstelligen. Het inladen van hun spullen (dekens en vieze stinkende kleren) leverde een half uur vertraging op. Toen we dachten de nodige vertraging voor die dag achter de rug te hebben werd de bus stilgezet voor een blokkade van “boze jonge mensen die het ergens niet mee eens waren”. En ja hoor, als klap op de vuurpijl nog geen half uur later werd de bus weer stilgehouden door de Argentijnse douane, iedereen uitstappen met bagage, ja ook de ruimbagage werd weer uitgeladen en alles zou worden doorzocht. Ook hier zorgde Annettes uiterlijke kenmerken (en haar Nederlandse paspoort) er voor dat ze alleen maar hoefde te lachen naar de douanebeambte en vervolgens zonder ook maar een tas te hebben laten zien (laat staan de inhoud) door mocht lopen. Dit was wel anders voor de fortuinzoekende Boliviaanse familie die ervan verdacht werd drugs verstopt te hebben tussen de door hen meegebrachte spullen. Diverse tassen moesten worden ingeleverd en na de douanebeambte bijna te hebben aangerand lag de mater familias huilend en schuddenbuikend op de grond te jammeren, wat zeker een kwartier lang een schrijnend schouwspel opleverde. Daarnaast leverde het geheel zeker nog een uur vertraging op want maakte dat we pas om half een ´s nachts in Salta aankwamen. Wat waren we blij dat we op de grens nog even snel een hotel hadden gereserveerd!

Rumble in de jungle

Het vliegtuigje van La Paz naar Rurrenabaque was een Fairchild Metro III. Een vliegtuig met ruimte voor 20 passagiers en natuurlijk een open cockpit. De vlucht van LPB naar RBQ duurt 40 minuten; met openbaar vervoer doe je er een goede 20 uur over over een hobbelig draaiweggetje dat door niemand aangeraden wordt, de terugvlucht zit normaal gesproken voller dan de heenvlucht.

Toen we landden op een asfaltbaan midden in de jungle mochten we uitstappen. Geen terminal in zicht; na een tijdje kwam er een busje aanhobelen dat ons naar een klein gebouwtje bracht wat blijkbaar wel de terminal was. We gingen er strak langs en werden opgehaald door een dame die een poging tot Teuns naam aan het schreeuwen was. Later zou zij de lokale baas van Indigena Tours blijken te zijn – onthoud die naam; vermijd deze club als je ooit in Bolivia bent.

Voor wie een leuk verhaal verwacht over onze tijd hier, helaas, dit was (hopelijk) de grootste tegenvaller van onze vakantie. De schitterende locatie in het midden van een natuurreservaat werd geruineerd door de organisatie Indigena die ons een gids meestuurde die de boot regelmatig in een nest dieren plantte en andere ecologisch onverantwoorde dingen deed, die het presteerde om een iPod met speakers aan te zetten tijdens de tocht door het reservaat, en door de zeer gebrekkige kwaliteit van de faciliteiten die de organisatie had. (Dan hebben we het nog niet over het eten.) Natuurlijk is Bolivia een achtergesteld land en niemand verwacht de kwaliteit van Nederland, maar vergeleken met andere tours in de landen waar we geweest zijn inclusief Guatemala en Nepal was dit simpelweg slecht. Een bescheiden klacht is richting Outsight gegaan…

Natuurlijk hebben we zo veel mogelijk geprobeerd te genieten van de omgeving: de pampa’s van Bolivia, we hebben verschillende soorten dieren gezien en hebben genoten van de zon. Toch zaten we af te tellen naar het volgende stuk: Uyuni!

© 2020 Teun en Annette

Theme by Anders NorenUp ↑